is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als gij in een gemengd gezelschap komt, waar ik mij bevinde, zoek mij dan niet in den kring der Heeren, die rondom den haard staan te praten met een voorkomen van ernst en gewicht, of het de Rostra van Rome zelve waren; zoek mij nog minder in den vroolijken schitterenden kring, waai in de gevierde Schoonheid hare onderdanen rondom haren tioon veigadert; zoek mij ook niet bij de goede huismoeders, die gij met bijeengestoken hoofden en gesmoorde stem over andere goede huismoeders hoort babbelen; zoek mij op een eenzaam plekje, in een donkeren hoek, op een tochtig plaatsje, ver van de kachel en de punch. Daar zult gij mij in een hoffelijke houding zien staan, al mijne oplettendheid en beleefdheid toewijdende aan — een oude Vrijster!

Een oude Vrijster! De oude Vrijsters mogen u het spotachtig gezicht vergeven, dat ge bij deze woorden trekt! En al zoudt gij er u nog uitbundiger meê vermaken, het zal u niet gelukken mij van daar weg te spotten. Ik heb daarvoor menig schrootvuur van geestige en bittere aanmerkingen moeten uitstaan; maar nu is men met deze gril bekend en laat mij in rust. Er is slechts één paar meê bedorven, denkt men.

Maar anu gelooft gij, dat ik een zonderling ben, een bizarren smaak heb en alle oude juffrouwen de liefste schepsels ter wereld vinde. Gij vergist u. Ik voor mij heb ze op zichzelve niet liever, ja, niet eens zoo lief, als de anderen van haar geslacht. Ik spreek, bij voorbeeld, veel liever met een moeder. Als ik mij tot deze wende en haar dadelijk met belangstelling naar hare lievelingen vrage — o, dan is voor mij een bron van zielverheffend genot geopend. Als ik dan bij deze vraag het moederlijk oog van hoogmoed zie glinsteren, en het gelaat een lachende uitdrukking van geluk aannemen, dan worde ik van een onverschillig, welhaast een deelnemend toehoorder. Niet, omdat de kinderen, waarvan zij spreekt, mij zoo bijzonder ter harte gaan; zij zijn niet beter of slechter dan andere kinderen; maar omdat de moeder mij boeit en wegsleept. Het is zoo schoon, als bij zulk een gesprek het zuiverste en edelste gevoel des menschen, de zichzelf vergetende en opofferende liefde, uit het binnenste heiligdom des harten te voorschijn treedt; als het verheven symbolum van den verhevensten godsdienst, de pelikaan met de bloedige borst, voor mijn oog gestalte en wezen verkrijgt; als de menschen met al zijn egoïsme en kleinheid meer en meer naar den achtergrond wijkt,