Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEDEKLANDSCHE TYPEN.

I.

De Zeeuwsche arbeider.

Alle menschen moeten arbeiden. Ongelukkig zij, die in den grooten bijenkorf, welken wij wereld noemen, niets uitvoeren, dan als luie hommels op den honig te teren, die door de nijvere werkbijen wordt saamgebracht. De billijkheid vordert echter te erkennen, dat in den aard van dit arbeiden eenig verschil is. Om een voorbeeld bij te brengen, hebt gij, geëerde lezer, die met deze eerste schets uit de beeldengalerij der door mij u voor te stellen landgenooten in de hand mijn opstel zit te lezen, het op dit oogenblik veel gemakkelijker dan ik, toen ik dit opstel schreef; en wederom had ik toen heel wat lichter taak dan hij, wiens persoonsbeschrijving ik het genoegen heb u aan te bieden. Hij toch behoort tot die klasse van wezens, die men gewoon is, in onderscheiding van andere arbeidzame menschen, bij uitnemendheid met den naam van Arbeider te noemen. Een schoone eeretitel, dien ik u uitnoodig wat hooger te plaatsen, dan hij gewoonlijk op onze ranglijst voorkomt, waar hij al te verre achter de honoraire kamerheeren, de staatsraden in buitengewonen dienst, de professoren titulair-honorair, en de aspirant-surnumerair-ambtenaars staat. Het is zoo, het voorkomen van onzen klant is niet van de schitterendste. De ronde hoed met breeden achteropgetoomden rand op de ongekamde en ongescheiden haren zet aan het onbeduidend gezicht niet veel uitdrukking bij. Het openhangend blauwlakensch wambuis met liggende kraag en kort lijf valt vrij slordig om de ongefatsoeneerde leest. De wijde korte broek van manchester, met een bevallige onachtzaamheid aan de knie losgelaten,

18

Sluiten