Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij zit, vindt men onder anderen in den regel: een zwart segrijnen bijbel met zilveren sloten, en met een zilveren bril tusschen de bladeren ingestoken, (de knijpbril staat op den neus); een melkkannetje met hyacinten, seringen, of ook s winters zevenjaarsbloempjes, en bij ontstentenis daarvan, gele of witte papierbloemen; een snuifdoos; een trommeltje met kokinje, een breikous van zwart sajet enz. Aan het schot, tegenover de bewoonster, hangen eenige schilderijen, vooral Dominees met krulpruiken, tooneelen uit de H. S. als een verloren zoon in modern kostuum en andere; soms ook een mislukt heeren- of damesportret, dat haar als een erfstuk ter gedachtenis aan haar ouden meester of meesteres geschonken is, wier beeld haar dankbaar geheugen in het monster, dat voor haar oogen hangt, best herkent. Achter de hofjes-juffrouw staat een kastje van mahoniehout met glazen deuren. Op de planken van dit prachtmeubel, dat voor haar een etagère vervangt, staat menig artikel, dat de fraaiste nieuwmodische etagère versieren zou, als daar zijn: lange lijzen, koppen met de zes merken, roode Lilliputpotjes, gezwegen nog van de borden van den spinnekop en de schalen van de krab. Naast dit kastje staat een ijzeren pot, waarop zij eiken middag haar sober maal kookt, en waaraan zij zich 's winters verwarmt, totdat er aan haar koud bloed geen ontdooien meer is. Op deze wijze leeft de hofjes-juffrouw het gansche jaar in dezelfde afzondering en stilte voort, die slechts eenmaal s jaars door een dag van drukte en gewoel wordt afgebroken: het is de dag, als zij de kinderen uit het huis van haar vorigen dienst ten eten genood heeft. Dan worden de geplooide gordijntjes opengeschoven; dan wordt de dikke poes naar de vliering verbannen; dan ruimt de bijbel zijn plaats op tafel voor dobbelsteenen, pachtpenningen en lottospel; dan brandt in huis het vuur en sist de pan; dan knarst buiten de pomp en klinken de schellen op het gansche hofje; dan wordt de palm rondom de tuintjes vertreden en de balsaminen in de bedden geknakt; dan wordt tegen alle ruiten getikt en over alle onderdeuren geknord; alles totdat de avond valt en de kleine hoop, met een komfoor en poffertjespan, om een grooten pot met melkbeslag vergaderd wordt om poffertjes te bakken, bij welk feest de arme gastvrouw een droevig slachtoffer van de speelschheid harer gasten is, terwijl de naweeën eerst recht beginnen, als de knapen naar huis zijn en alle buren klachten komen inbrengen tegen de stoute bengels, die zij op 't hof gehaald heeft.

Sluiten