Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het schip) zich voor een poos met zijne gedachten naar elders verplaatsen, zich in zijn tehuis droomen, in den geest met zijne betrekkingen

vrienden aldaar verkeeren, en in het algemeen zich een andere wereld voor den geest roepen kan; een genot, dat door ééne ure droomens dagen van arbeid en strijd op en tegen de elementen vergoedt. Ook Tollens heeft als dichter in zijn Overwintering op Nova Zembla getoond de waardij van dit kontrast levendig te kunnen gevoelen; gij kent het aardig tafereel met dat menschkundig slot:

Dat doet hun harten goed, rampzaalgen als ze zijn I

Welnu, mijn van arbeid en strijd vermoeide broeder, die uzelven wellicht in enkele trekken van dit beeld van den reizenden zeeman hervindt, wanneer gij „ misschien in een stil uurtje aan uwe mijmeringen overgeven wilt — o, allicht volstaan u daartoe de ingevingen van uw eigen geest, de visioenen van uw eigen verbeelding; en dan hebt gij mij, althans op dat oogenblik, niet noodig; maar zoo gij ook nog, als be' hulp voor een tijd, den tooverspiegel van eens anders fantasie, de

influisteringen van een anderen geest en hart dan de uwe begeert

het is maar een aanbod. .. tolle! lege! ! zooals het woord luidde, dat Augustinus op een onvergetelijk oogenblik in den hof meende te hoóren: tolle ! lege! neem en lees! Dat Jonathan in dien geest en trant, schoon maar een simpele praatvaar, iets voor anderen zijn en doen kan — het staat in de vorenstaande bladen hier en daar te lezen. Welnu, wat geweest is, kan weer zijn, kan weer komen. Want dit is en blijft mijne vaste en innige overtuiging: de tijden veranderen en wij met hen: maar toch is er in ons iets, dat niet verandert, dat, als maaksel van den eeuwigen God, niet veranderen kan: de gedaante der menschenwereld gaat voorbij, de menschengeest blijft.

Kn voorts, wat mij als auteur betreft, een onlangs overleden staatsman en denker ■) schreef in het laatste Gidsartikel dat hij met veege cn stervende hand ten papiere bracht: „Al wat wij menschen met ons denken, wenschen en ijveren kunnen uitrichten, beteekent misschien wel is waar niet meer dan een zomersch regenbuitje, dat het dorstige land

') Mr. s. Vissering.

Sluiten