Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op deze uitbreiding was van grooten invloed het Koninklijk Besluit van 30 December 1808 (Staatsblad n°. 259), waarbij met ingang van 1 Januari 1869 het binnenlandsch tarief van 50 cent tot 30 cent per 20 woorden verlaagd werd, eene verlaging, welke later nog door verdere wijziging van het tarief is gevolgd.

Eene algemeene regeling voor het internationale verkeer werd getroffen bij het verdrag van 17 Mei 1865 te Parijs, waarvan de bepalingen door bijna alle Europeesche Staten werden aangenomen. De vereeniging der verschillende Staten heeft geleid tot eene Telegraafunie, tot welke landen van alle werelddeelen zijn toegetreden, benevens eenige groote kabelmaatschappijen.

In het onderstaande staatje is, voor dezelfde jaren als hierboven voor het binnenlandsche verkeer, opgenomen het totaal van het aantal ontvangen en verzonden buitenlandsche telegrammen vermeerderd met het aantal doorgezonden telegrammen.

1857 120 396

1867 620 304

1877 1 003 604

1887 1 706 396

1897 2 117 351

1907 3 257 266

De bovengenoemde wet van 7 Maart 1852 is van kracht gebleven tot 1904. toen zij vervangen werd door de wet van 11 Januari 1904 betreffende aanleg, exploitatie en gebruik van telegrafen en telefonen (Telegraafen Telefoon wet 1904. Staatsblad n°. 7).

Eene belangrijke uitbreiding van den telegraafdienst ontstond door de invoering van den Rijkstelefoondienst, geregeld bij Koninklijk Besluit van 9 Juni 1904 (Staatsblad n°. 117). gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 28 Augustus 1905 (Staatsblad n°. 257). houdende bepalingen betreffende den Rijkstelefoondienst. In het jaar 1904 bedroeg het aantal interlocale gesprekken 1 390529, in 1907 was dit getal tot 2529180 gestegen, terwijl in 1904 het aantal internationale gesprekken bedroeg 98 425 en in 1907. 262 320.

Toeneming van de behoefte aan ruimte.

De toenemende eischen van den dienst, waarvan in het bovenstaande eene schets is gegeven, en de personeelsvermeerdering, welke daarmede verband hield, hebben uit den aard der zaak een grooten invloed geoefend op de behoefte aan meerdere ruimte in de post-en telegraafkantoren, zoodat op vele plaatsen het kantoorlokaal en de bestellerskamer vergroot moesten worden. De ontwikkeling van den postpakkettendienst deed evenzeer en in niet geringe mate haren invloed gevoelen op den eisch tot vergrooting der kantoorlokalen en der wachtkamers.

De werkzaamheden der postkantoren ten behoeve van de Rijkspostspaarbank en van de Rijksverzekeringsbank waren mede oorzaak van de toeneming van personeel en van de behoefte aan meerdere ruimte. Deze behoefte deed zich ter verzorging van die werkzaamheden met name gelden ten aanzien van de plaats waar het personeel met het publiek in aanraking komt. De wachtkamer en het getal loketten werden in vele kantoren onvoldoende voor eene behoorlijke bediening van het publiek.

De noodzakelijkheid om een grooter loketfront aan te kunnen brengen heeft dan ook herhaaldelijk geleid tot verbouwing der kantoren.

De aan den telefoondienst gestelde eisch om de gevoerde gesprekken geheim te houden, was eveneens oorzaak van de uitbreiding der kantoren