Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einde gemaakt aan de Myceensche beschaving evenals de Germanen aan de Romeinsche. Vermoedelijk is daarmede een eeuw gemoeid geweest. Het eindresultaat was, dat de oudere bevolking van den Peloponnesus teruggedrongen werd naar Achaia, Elis en Arcadië, terwijl de Doriërs zich blijvend vestigden in Argolis, Laconië en Messenië.

Oorspronkelijk moet er een hechte eenheid onder de Doriërs hebben bestaan; maar zoodra er een vredestoestand intrad, moet hun rijk in een groot aantal kleine gebieden zijn uiteengevallen. De machtigste staat bleef Argos, dat zich over een groot gedeelte van den Oostelijken Peloponnesus uitstrekte. Overal vormden de Doriërs in latere tijden de hoofdmassa der bevolking. Van de onderwerping van een talrijke gevestigde bevolking door een kleine, maar militair krachtige keurbende kan geen sprake zijn. De oude bevolking is uitgeroeid, verdreven of in de nieuwe opgegaan; maar later zijn Spartanen, Jierioeken en ffleloten allen Doriërs. In Argos en elders vinden wij soortgelijke toestanden.

De Dorische volksverhuizing heeft zich niet beperkt tot den Peloponnesus; van daar zijn zij naar de eilanden overgestoken. Vooreerst is Creta door hen bezet. Al zeer vroeg moet dit eiland tot hoogen bloei zijn gekomen; landbouw en zeevaart waren de hoofdbronnen van bestaan. Geen land lag gunstiger om als tusschenland te dienen tusschen Griekenland en het Oosten. Evenals Creta werden ook de Zuidelijkste Cycladen en Sporaden bezet; van daar uit vestigden de Doriërs zich ten slotte aan de Zuidwestspits van Klein-Azië en op het daarvóór liggende Rhodus. Daar vormde zich de Dorische bond. De geheele kolonisatie en dus ook de Dorische volksverhuizing moet reeds vóór 1000 v. Chr. haar beslag hebben gekregen; de laatste kan niet later dan het einde der twaalfde eeuw worden gesteld.

Nergens in de Grieksche wereld hebben zich ook in veel lateren tijd zulke primitieve toestanden gehandhaafd als in Sparta en op Creta. Hier spirta komt nog in historischen tijd dagelijks het volk bijeen aan den gemeenschappelijken maaltijd; privaat grondbezit bestaat niet; de heiligheid van den echt is onbekend; de Raad der Ouden bestaat uit grijsaards boven de 60 jaren.

Daaruit volgt, dat de Doriërs, toen zij den Peloponnesus veroverden, nog op een laag peil van beschaving stonden; het eigenaardige is, dat zij op dat standpunt ^•jn blijven staan, terwijl de overige Grieksche staten zich verder ontwikkelden.

Naast de Dorische volksverhuizing staat de in haar gevolgen minder Thessaiie. gewichtige Thessalische. Mogelijk in verband met den aftocht der Doriërs,

rongen de Thessaliërs van Epirus uit het later naar hen genoemde land innen en vestigden daar hun in Griekenland unieken adelsstaat. Adellijke ges ac ten bezitten hier uitgestrekte landgoederen, gebieden over honderden 11 eigenen en beheerschen door hun kasteelen het geheele land. Zij zijn de omngen van het land, welken titel zij dan ook dragen; slechts in kritieke U en stellen zij één Koning aan het hoofd van het geheele volk. Ook elders,

Sluiten