is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ledig de Aegaeische en de Zwarte Zee; naar het Westen breidde het zijn betrekkingen steeds uit; nu het vrede met Perzië was, was ook het Oosten voor Athene's handel geopend. Athene bezat de producten van de geheele Grieksche en barbaarsche wereld: het was de grootste marktplaats, waarheen alles op de rijkgeladen schepen werd gebracht, van waar alles weer werd uitgezonden. Attica, dat zelf zoo arm is aan eigen producten, bezat door zijn alles omvattenden handel alles wat het zelf noodig had en bovendien nog onnoemelijke schatten voor den export. Wat ergens ter wereld ook noodig was, te Athene kon men het zich verschaffen. Was er ergens hongersnood, te Athene was steeds genoeg graan voorhanden. Athene was de groote afnemer en de groote leverancier tegelijk. De overrijke winsten van dezen handel vielen grooteudeels den radicalen, met handel en nijverheid zich geneerenden elementen der bevolking ten deel; zij wenschten den oorlog om het handelsgebied van Athene steeds verder uit te zetten. Daarentegen was de agrarische partij, die van den oorlog alleen de lasten droeg, uiterst vredelievend.

Hoewel een open oog hebbend voor de belangen van handel en nijverheid,

vond Pericles voor zijn vredelievende politiek uit den aard der zaak vooral bij de agrariërs steun.

De Atheensche bevolking bedroeg in 431 ongeveer 55,000 weerbare mannen; Bevolking de geheele bevolking zal dus omstreeks 170,000 zielen hebben geteld. Daarnaast a" AU""" stonden vermoedelijk ongeveer 35,000 metoeken en 150,000 slaven. Op de burgers rustte de verdediging des lands; zij allen waren van 18 tot 00 jaar dienstplichtig; maar natuurlijk dienden gewoonlijk alleen de jongere lichtingen. Het veldleger bestond uit 1000 ruiters en 13,000 man infanterie; daarbij kwamen 1600 schutters te - voet en 200 te paard. De rest, 10,000 burgers en 3000 metoeken, vormde de reserve. Veel meer manschappen eischte de vloot, die ongeveer 400 schepen sterk was; ieder schip had een bemanning van 188 koppen, grootendeels uit de theten genomen. Zoo was Athene sterk, vooral ter zee,

minder te land. Een zeeoorlog kou het steeds wagen, mits niet tegelijk met een krijg te land. Een nederlaag ter zee was spoedig weer hersteld; een tegenslag te land was voor Athene bijna steeds vernietigend. Vooral daarom trachtte Pericles steeds den vrede te bewaren.

Deze vredespolitiek te blijven volgen was Pericles evenwel niet steeds mogelijk. Perzië dacht er niet aan zijn oude bezittingen in Klein-Azië te heroveren of Griekenland aan ie vallen. Evenmin waren Sparta en zijn bondgenooten geneigd den vrede van 4fl5 te verbreken. Toch was er meer aanleiding tot moeilijkheden met Sparta dan met Perzië. De vrede was slechts een bestand; dat gevoelden allen; men zou later definitief moeten afrekenen; tusschen Sparta en Athene was op den duur geen vrede mogelijk; een van beide moest de bovenhand behouden. Deze stemming kwam telkens uit, zoodra ergens een conflict ontstond. Zoo viel in 442 Samos Milete aan, omdat deze stad eenige Samische oorlog met bezittingen bij Mycale had bezet. Milete riep Athene's hulp in, die gaarne Samos'

A* 23