is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inoedelijk bij de belagers van Rome hebben aangesloten. Maar Antiochus volgde zijn eigen meening en trok eerst naar Griekenland. Daar bleek hem,

dat de Aetoliërs veel te hoog hadden opgegeven van de algemeene vijandelijke gezindheid tegen Rome; de Achaeische Bond en verschillende kleine Staten bleven aan Rome getrouw. Wat erger was, ook Philippus V liet Antiochus in den steek, gedeeltelijk zeker om wraak er over te nemen dat Antiochus ook hem niet gesteund had in zijn strijd tegen Rome, maar verder ten gevolge van de behendige diplomatie der Romeinen, die hem vergrooting van gebied

toestonden en schatting kwijtscholden.

Rome was niet dadelijk tot den oorlog gereed; maar van het uitstel, dat hem werd gelaten, trok Antiochus geen partij; hij voerde in Griekenland niets van belang uit, behalve de inneming van Chalcis, en verzuimde zelfs de geringe legermacht, waarmede hij over was gestoken, bijtijds te versterken.

In het voorjaar van 191 verschenen de Romeinen in het veld; zij noodzaakten^a^Mj^ Antiochus om Thessalië te ontruimen en versloegen hem bij de Thermopylae; 191. M. Porcius Cato, die in den oorlog in Spanje een voortreffelijke leerschool had doorgemaakt, onderscheidde zich hier door zijn beleid. Met het geringe overschot van zijn leger vluchtte Antiochus over de Aegaeische zee.

In 190 brachten de Romeinen den oorlog naar Azië over. Aan het hoofd van het leger stond de consul L. Cornelius Scipio; zijn broeder Publius, de overwinnaar van Zama, vergezelde hem om hem met zijn raad bij te staan. In Griekenland hield Scipio zich niet lang op; aan de Aetoliërs, die zich hardnekkig waren blijven weren, stond hij een wapenstilstand toe. De vereenigde vloten van Rhodus, Pergamum en Rome waren er nog niet in geslaagd om den weg over zee naar Azië geheel vrij te maken; daarom trok Scipio door Macedonië en Thracië naar den Hellespont; vooral hierbij kwam het den Romeinen te stade, dat Philippus zich niet tegenover hen had gesteld. Nog zeeslag bij

. n i i. J Myonnesus,

voordat Scipio den Hellespont bereikt had, was de Syrische zeemacht reeds 190. vernietigd in den slag bij Myonnesus, aan de westkust van Klein-Azië; een eskader onder Hannibal, dat zich met het gros der vloot had moeten vereenigen, werd door de Rhodiërs in bedwang gehouden aan de kust van Pamphylië. Antiochus, die in dezen geheelen oorlog al zeer weinig beleid toonde, verloor na de vernietiging zijner vloot bij Myonnesus geheel het hoofd; hij ontruimde de vesting Lysimachia, die den toegang tot den Thracischen Chersonesus bestreek, en liet Scipio ongehinderd over der^Hellespont trekken. Een poging om te onderhandelen mislukte, daar Scipio geen genoegen nam met de door Antiochus aangeboden voorwaarden. Toen vroeg deze de beslissing Slas

0 i _ Magnesia,

aan de wapenen; bij Magnesia, in het Westen van Lydië, kwam het tot een 190. veldslag, waarin het leger van Antiochus bijna geheel ten onderging. P. Scipio moest door ziekte de leiding van den slag overlaten aan Cn. Domitius;

Eumenes II, koning van Pergamum, die de ruiterij en de lichtgewapenden aanvoerde, had het grootste aandeel aan de overwinning. Na Magnesia boog \iedei89.