Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Immers van jonkvrouw Margaretha van Mechelen is nog steeds geen portret bekend. Dat het portret van den grooten toonkunstenaar in de verzameling op het Loo aangetroffen werd, kan ons niet verwonderen, wanneer wij bedenken, dat prinses Anna muzieklessen van hem genoten heeft.

BIJLAGE II.

DE SCHILDERIJEN IN 1799 AFGENOMEN TE SOESTDIJK.

In de zeer beknopte inventarissen die in 1699 en 1712 gemaakt zijn van wat er aan kunstvoorwerpen te Soestdijk aanwezig was, worden wel verschillende schilderijen van »Glober" en »Larisse" genoemd, maar zonder nadere omschrijving. Het fraaiste wat er in 1799 vandaan kwam, de prachtige reeks Hondecoeters, wordt gansch niet genoemd. Vermoedelijk zijn de stukken dus eerst na 1712 van een der andere residenties naar Soestdijk overgebracht. Een der 1799 uit Soestdijk genomen stukken, »Eene hen met kuikens", is 4 Aug. 1828 voor f 60.— verkocht.

BIJLAGE III.

DE SCHILDERIJEN IN 1799 GENOMEN UIT HET PRINSENHOF

TE AMSTERDAM.

Deze stukken worden door Wagenaar in zijn beschrijving van het Admiraliteitsgebouw, thans het Stadhuis, genoemd 1): »De twee schoorsteenstukken zijn konstiglyk door Ferdinand Bol geschilderd. In dezelven wordt de geschiedenis van den jongen Manlius, die om dat hy, tegen last, gestreeden hadt, op bevel zyns Vaders, onthalsd werdt; en Eneas, de pryzen van den scheepstryd uitdeelende, keurlyk verbeeld. Ook hangt hier het geschilderd afbeeldsel van den LuitenantAdmiraal Michiel Adriaansz. de Ruiter."

Het schoorsteenstuk met den jongen Manlius is te zien op de prent die Reinier Vinkeles gesneden heeft van de »Zittingneming van ZyneDoorl. Hoogheid, Willem den Vyfden, als Capiteyn Admiraal-Generaal, in het Edel-Mogende Col. ter Admiraliteit te Amsteldam; den 3ien May 1768."

Na jarenlang in het depót van het Rijksmuseum opgeborgen te zijn geweest, zijn de beide schoorsteenstukken in 1902 in bruikleen afgestaan aan de Rijksuniversiteit te Utrecht.

Omtrent het portret van de Ruyter heerscht verwarring, die wij vooralsnog niet kunnen oplossen. Het portret dat in 1799 uit het Prinsenhof gehaald is, werd in de Eerste Kamer der Konst-Gallery opgehangen, waar Roos het in zijn 7 Dec. 1800 verzonden beschrijving noemt: «overheerlijk geschilderd door F. Bol, met een verschiet vol schepen, door W. van de Velde." In alle latere inventa-

1) Jan Wagenaar, Amsterdam in zijn opkomst enz. II, Amsterdam 1765 p. 79.

Sluiten