is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nationale Konst-Gallery en het Koninklijk Museum

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De steeds overhandnemende verwijdering tusschen Lucien en zijn broeder, noopte den eerste eindelijk zich in Amerika te vestigen. 5 Aug. 1810 vertrok hij van Civita Vecchia op een hem door Murat ter beschikking gesteld schip, maar dit werd door Engelsche kruisers opgebracht, en na een kort verblijf op Malta landde Lucien in Dec. 1810 in Engeland. Reeds spoedig daarna liet hij zich ook zijn groote kunstverzameling naar Engeland zenden, opdat deze daar onder de hand verkocht zou worden. Ze werd onder leiding van Boyer in Pall Mali tentoongesteld en in 1812 verscheen het bekende galerijwerk: »Choix de gravures & 1'eau-forte d'après les peintures originales et les marbres de la Galerie de Lucien Bonaparte, London chez Guillaume Miller". Wat niet verkocht werd zou voor eenzelfde bestemming naar Parijs gezonden worden, maar Napoleons onverwachte terugkeer van Elba wierp dit plan omver, en er vond te Londen een verkooping plaats bij Mr. Stanley, waar wel het een en ander verkocht maar toch het meeste opgehouden, en later verworven werd door Aynard en Erard te Parijs.

Niet onaardig is het er op te wijzen, dat er toch een schilderij, zij het dan ook langs gansch anderen weg, ten slotte in het Rijksmuseum terecht gekomen is, nl. van Dyck's portret van Johannes Baptista Franck, dat tot de in 1854 door van der Hoop aan de stad Amsterdam nagelaten schilderijen behoort.

BIJLAGE XI.

DE SCHILDERIJEN VERWORVEN OP DE VERKOOPING VAN HET KABINET VAN DER POT TE ROTTERDAM, 1807.

Gerrit van der Pot, heer van Groeneveld, was 19 Maart 1807 te Rotterdam in den ouderdom van 75 jaren kinderloos overleden, als weduwnaar van zijn derde vrouw Cathérine Pelerin, die 23 Dec. 1799 op slechts 26-jarigen leeftijd gestorven was. Zijn eerste vrouw Alida Viruly was hem in 1772, zijn tweede, Maria Elisabeth Brakel, in 1795 ontvallen.

Den tijd dien zijn ambtelijke bezigheden hem hiertoe overlieten — hij was o.a. van 1795 tot 1797 Raad en Wethouder der Gemeente — wijdde van der Pot aan de vorming van zijn kunstkabinet. Een gelukkige omstandigheid heeft het ons mogelijk gemaakt, hieromtrent de meest authentieke gegevens te publiceeren, immers in het Rotterdamsche Gemeente-Archief wordt het journaal bewaard, dat de verzamelaar zelf van de aanwinsten zijner verzameling nauwkeurig heeft bijgehouden. 1) Hierbij heeft hij niet alleen genoteerd hoe en voor hoeveel hij elk stuk verworven heeft, maar ook wat hij er later aan heeft laten herstellen.

Hieruit zullen wij echter alleen de gegevens lichten die mededeelingen bevatten over de voor het Koninklijk Museum verworven schilderijen.

De liefhebberij om schilderijen te verzamelen, was bij van der Pot aangewakkerd door zijn vader Willem van der Pot, voornamelijk bekend door zijn

1) Dit journaal en nog andere later te vermelden bescheiden omtrent de verzameling van der Pot hebben wij te danken aan de welwillende medewerking van Dr. E. Wiersum, Archivaris van Rotterdam.