is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan hij het Italië deed. En dat hij van de gelegenheid om Italië en de Keizerskroon betrekkelijk gemakkelijk te bemachtigen heeft gebruik gemaakt, kan hem niet ten laste worden gelegd. Het lag geheel in de historische lijn, dat de beheerscher der Duitschers tevens naast den Paus het wereldlijk hoofd der Christenheid was. Geen toenmalig vorst kon zooveel aanspraak maken op liet Keizerschap noch was er zoozeer voor aangewezen als Otto. Zijn macht werd er belangrijk door vergroot: hij zou voortaan ook het rijke Italië beheerschen. Maar ten overvloede verleende de Keizerlijke waardigheid hem een wel niet duidelijk omschreven, maar toch belangrijken invloed op den Paus; door het geestelijk gezag kon hij zijn woord over de geheele wereld doen gelden, niet het minst bij de geestelijkheid in Duitschland zelf, wier steun de Koning dikwijls zoozeer behoefde in zijn strijd met de wereldlijke grooten. Bovendien dreef hem het beste gedeelte der Kerk aan om te Rome met zijn machtwoord de orde te herstellen, aan het heerschend regime een einde te maken en van boven af de Kerk volledig te hervormen naar de beginselen van Cluny. En ten slotte, ook deze Koning, in wien een drang naar het hooge, het ideale zoo duidelijk spreekt, gevoelde zich betooverd door de schitterende Keizerskroon; ook zijn volk zag met welgevallen zijn verheffing.

Door zijn kroning tot Keizer heeft Otto het politiek en te gelijk geestelijk stelsel geschapen, dat de verdere ontwikkeling van Duitschland en Italië, men kan zeggen van geheel Europa, in de volgende drie eeuwen heeft beheerscht en zelfs na dien tijd nog lang heeft nagewerkt. De strijd voor en tegen de thans geschapen orde van zaken vormt den grondslag van de geschiedenis van Europa tot aan het midden der 15de eeuw. Dit stelsel was een ander dan dat van Karei den Groote. Waar dezen een idealistisch beschermheerschap over de Kerk voor oogen had gezweefd, daar beteekende Otto's Keizerschap de volledige heerschappij over haar. De onderwerping der Duitsche Kerk als de gehoorzame dienares des Konings werd gevolgd door de volkomen dienstbaarheid van Paus en Kerk aan den Keizer. Ongetwijfeld handelde hij daarmede in het belang der diepgezonken Kerk, die door den Paus niet meer kon worden gereformeerd: ook door zijn invloed werd de Kerk door de Cluniacensers van een geheel nieuwen geest doortrokken. Zoo werd de Keizer in waarheid het hoofd der Kerk, de Paus een Keizerlijk ambtenaar: deze toestand was de grondslag van het Keizerschap der Otto's. Maar het was niet te verwachten, dat de Kerk zich daarbij op den duur zou neerleggen. Wanneer eenmaal de Cluniacensers het eerste gedeelte van hun programma, de zuivering der Kerk zouden hebben uitgevoerd, zouden zij ongetwijfeld ook de andere helft ten uitvoer willen brengen, dat de onafhankelijkheid der Kerk, der Stad Gods volgens de denkbeelden van Augustinus, eischte. En dan — wee den Keizer, die dezen zwaren kamp zou moeten uitvechten!

Maar voorloopig dacht niemand daaraan; de goede gevolgen van de groote kerkelijke macht des Keizers vielen in den eersten tijd meer in het oog. Door