is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boccacio, 1313—1373.

Petrarca is Humanist, warm vereerder van Rome en van het Latijn, zoo selfs^dat hij de Grieken minachtte. Gedichten, historische werken, philosophische onderzoekingen en polemische traktaten heeft hij in levendig Latijn geschreven. De poëzie is voor hem het hoogste: de dichter is een kind Gods, een profeet, Joor wiens mond God zelf zich doet hooren. Zoo beschouwde hij zich zelf; zoo achtten hem ook zijn tijdgenooten; een vereering, die zich openbaarde in ilie eigenaardige plechtigheid, waarbij hij den 8sten April 1341 onder de toejuichingen van een opgewonden menigte op het Kapitool te Rome met de dichterkroon werd gesierd; een vereering, die een glans van hooge poëzie wierp in den somberen partijstrijd dier dagen. Deze kroning gold alleen zijn Latijnsche gedichten, zijn poëtische brieven, zijn Bucolica, zijn Africa. Maar behalve dichter in den geest der Oudheid is Petrarca ook haar grondige wetenschappelijke kenner. Hij verzamelde handschriften en liet ze afschrijven; hij bestudeerde het oude Rome in al zijn uitingen. Nauw hangt daarmede samen zijn politiek ideaal, dat trouwens in dien tijd een veraf liggend droomoeeld mocht heeten, de verheffing van Rome als van ouds tot de hoofdstad Ier wereld, politiek en geestelijk. Hij rekende daarbij soms op den Paus, <oms op het Romeinsche volk, soms op den Keizer, natuurlijk telkens tevergeefs. Maar het bekendst is Petrarca gebleven door zijn Italiaansche poëzie, die aan Laura is gewijd, sonnetten, canzonen, sestinen, balladen en triumfen in de grootste verscheidenheid, waarin alleen de eenheid van stemming vaak tot eentonigheid wordt, maar die toch als uitingen van een hooge, innige, echt moderne liefde frisch zullen blijven, zoolang menschenharten elkander zullen beminnen; vrij van zinnelijkheid en heftigen hartstocht, idealiseeren zij de liefde en de geliefde. Na Laura's dood is Petrarca haar altijd trouw gebleven. Den 18den Juli 1374 is hij zelf gestorven.

De beroemdste tijdgenoot van Petrarca is Giovanni Boccacio. De verhouding van de drie helden der Renaissance tot de nakomelingschap is soms als volgt uitgedrukt: Dante wordt bewonderd, Petrarca geprezen, Boccacio gelezen. Toch is Boccacio in de rij niet alleen chronologisch de laatste, maar ook als karakter de zwakste. Maar hij is toch een man van zoo schitterende gaven, van zoo wonderbare veelzijdigheid, dat hij ten volle den roem verdient, dien tijdgenoot en nakomeling hem mild hebben toegezwaaid. Hij is in 1313 te Parijs, maar evenals Dante en Petrarca uit een Florentijnsch geslacht geboren. Hij is het type van den krachtigen, levenslustigen, geestigen, onderhoudenden Italiaan. De diepere roerselen des gemoeds van mannen als Dante en Petrarca zijn hem geheel vreemd. Zijn geliefde is ook niet een door hem geïdealiseerde gestalte, maar Maria Fiammetta, de natuurlijke dochter van Koning Robert van Napels, een schoone vrouw, maar meer tot het aardsche dan tot het hemelsche geneigd. Aan haar wijdde hij als Dante en Petrarca sonnetten. Zijn eerste Italiaansche gedicht is de Filocopo, waarin hij de geschiedenis van Floris en Blancefloor behandelt. Van zijn latere is de Filostrato, de geschiedenis