is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ambten begiftigd. Aan den anderen kant werd over de Engelsche geestelijkheid zelf geklaagd. Zij vormde politiek, juridisch en economisch een afzonderlijke macht in den Staat. Haar moreele invloed was zeer verminderd; weelde en vooral zelfzucht en zelfgenoegzaamheid werden haar ten laste gelegd. Het heilige vuur der geestdrift was verdwenen. Herhaalde twisten tusschen seculieren en regulieren ontstemden de gemeente. Het scherpst werd geoordeeld over de monniken; de besten onder hen waren gewone grondeigenaars geworden. Over de bedelorden was de klacht algemeen; de dagen van den heiligen geest van St. Franciscus en St. Dominicus waren lang voorbij.

Evenals Chaucer stond Wyclif in nauwe betrekking tot Jan van Gent: het was in verbond met dezen Prins — die trouwens alleen aan eigen machtsvergrooting dacht — dat Wyclif zijn hervormingsplannen ten uitvoer dacht te brengen. In verschillende van zijn geschriften heeft hij zijn beginselen neer/ gelegd, vooral in zijn De Dominio Divino (Over het Rijk Gods). Volgens hem berust alle macht bij God, maar is de uitoefening daarvan toevertrouwd aan Zijn uitverkorenen. Niet alleen de Paus, die zich de vertegenwoordiger van God op aarde noemt, heeft dus Goddelijk gezag, maar evengoed de Koning. Evenals den Paus en den bisschoppen Goddelijk gezag toekomt in het geestelijke, zoo bezit de Koning het in het wereldlijke. Maar Wyclif ging nog verder. Niet alleen de Koning hing onmiddellijk van God af, maar ieder Christen. Gelijk dus de Koning den Paus niet boven zich behoefde te erkennen, zoo had de Christen geen tusschenpersoon, geen geestelijke, noodig tusschen God en zichzelf; ook hij ontleende zijn persoonlijk gezag onmiddellijk aan God. Het is dezelfde conclusie, waartoe in de zestiende eeuw Luther en de zijnen door hun theo*; r f 'rechtvaardiging door het geloof zijn gekomen. Daarmede was 'te-n aan den wortel der Middeleeuwsche Kerk; bij deze beschouwing \07p1iester niet langer bemiddelaar zijn. Maar het was niet om deze, destijc, weinig begrepen, theorie, dat de geestelijkheid tegen Wyclif in verzet kwam. Maar dat hij den Staat aan het gezag van den Paus onttrok en de geestelijkheid onder dat des Konings plaatste, dat hij de geestelijke goederen ten profijte van het vaderland wenschte te doen bijdragen, dat hij van de geestelijkheid terugkeer tot den apostolischen eenvoud en armoede eischte, dat verbitterde haar. In 1377 werd hij dan ook voor den bisschop van Londen gedaagd om zich te verantwoorden. Wyclif verscheen, maar naast hem stond zijn beschermer, Jan van Gent. De Hervormer verdedigde zich met warmte; gelijk na hem Luther, was ook hij genoodzaakt in het kruisvuur van het debat zijn stellingen veel scherper te formuleeren dan hij vroeger had gedaan. Hoog en laag juichte hem toe; regeering en volk steunde hem in zijn strijd tegen de geestelijkheid. Zoo bleek een verdere vervolging onmogelijk.

Zoo kon Wyclif verder zijn gang gaan. Maar onder zijn oogen groeide een sociale beweging, waarmede de godsdienstige soms parallel liep. In den loop der tijden was de toestand der landbevolking hoe langer hoe meer