Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich onthoudende *) tusschen Wight en Portland, sterk veertig oorlogsschepen en daaronder twaalf die zeer groot waren. Dit liet De Ruiter door een brief aan de Raden ter Admiraliteit in Zeeland weten, klagende over de slechte gesteldheid zijner schepen en Hunne Edel Mogenden aantoonende dat hij meerder macht bjj zich diende te hebben om den vyand aan te tasten en afbreuk te doen, volgens den last hem gegeven.

In de volgende dagen zeilde hjj met de koopvaarders door de Hoofden, en voort door 't Kanaal, tot omstreeks de lengte van Pleymuiden, 2) doch de Fransche kust naast, daar hij, op den 26sten Augustus, omstreeks twee uren na den middag, den wind Noord-Oost, vijfenveertig zeilen aan den Noord van de Nederlandsche vloot in 't gezicht kreeg. De Ruiter, wel denkende dat het de Engelsche zeemacht was, die, onder 't beleid van den Admiraal Georg Askue, in 't Kanaal op de voorbjjzeilende Hollandsche schepen paste, zette het terstond op hem aan. De Engelsche vloot bestond toen uit veertig oorlogsschepen, en daar onder, gelijk boven vermeld is, twaalf van de grootste soort: twee die zestig stukken geschut, en acht die zesendertig en meer stukken, tot in de veertig toe, voerden. Daar b\j waren nog vyf branders. De Ruiter was toen sterk omstreeks dertig lichte oorlogsschepen en zes branders, voerende de grootste zijner schepen niet meer dan dertig stukken geschut, (behalve twee die veertig stukken hadden) en voorts slecht bemand, gelijk boven is aangewezen.

') Ophoudend. *) Plymouth.

Sluiten