Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot nog toe stil lagen, om, gelijk men zeide, de vrede te bewerken. Ook verstonden ze, dat de twee Staten, de vrede willende voortzetten op den voet van het Rotschildtsche verdrag, de twee Koningen voorwaarden voorschreven, en over Koningen schenen te willen heerschen. Doch eindelijk liet zich de Koning van Denemarken bewegen, en stond toe, dat men op den voorgestelden voet in onderhandeling zou treden. De Koning van Zweden volhardde by zijne meening, en als de Engelsche en Hollandsche Gezanten, met hem in gesprek getreden, met wat ernst over de vrede spraken en eenige punten op den voet van het Haagsche verdrag voorstelden, verstond hij, dat men hem zocht te brengen tot hetgeen hij niet van meening was te doen en men hoorde hem in toornigen moede zeggen, dat de twee Staten (meenende Engeland en de vereenigde Nederlanden) ontwerpen van vrede met hunne vloten mochten maken, maar dat hij het ontwerp op zijne zijde had: tredende, als hij dit zeide, twee passen terug, en slaande de hand aan 't gevest van zijn degen. Daarna keerde hij zich in 't bijzonder tot de Hollandsche Gezanten, zeggende, dat hij ze zou doen vasthouden, en meer hield voor vijanden dan voor middelaars. Dit geschiedde in 't bijzijn en ten aanhoore van vele Rijksraden, hooge Bevelhebbers en anderen. Doch de Ridder Terion, Gezant van Frankrijk, die bij dat gesprek niet tegenwoordig was, vertoonde aan den Koning, dat het tot nadeel van zijne zaken zou strekken, indien hij met de Engelschen en Hollanders zou breken; dewijl ze twee groote vloten bij de hand hadden, die hem veel afbreuks konden doen. De Koning antwoordde, dat hij niet kon lijden, dat men hem de wet zou stellen voor 't hoofd van zijn leger, of dat men den Koning van Denemarken, al was hij zijn vijand, zou

Sluiten