Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan 't dorp Munkenbo, en hun tocht ging te langzamer voort, omdat ze verscheidene plaatsen en passen doortrokken, daar hen de Zweden met kleine macht hadden kunnen stuiten, of tenminste eenigen tijd ophouden en den weg naar Odensee belemmeren, indien ze daar hadden stalgehouden '). Te Munkenbo lag de Veldmaarschalk Schak met zijne en de Hollandsche benden twee dagen stil, om middelertij d te zien wat gelaat hunne vijanden hielden 2) en wisse kundschap van den stand der zaken te bekomen. De Zweden, die zich eenigen tijd aan de zijde van 't Deensche leger hadden gehouden, togen weêr naar Nyborg en Schak kwam met de zijnen den 19den der maand te Odensee. Hier ontvingen ze zeker bericht van Ebersteins overtocht in Funen en dat hij met de benden der bondgenooten naar Odensee kwam. Ook voegden zich beiden de Veldmaarschalken Schak en Eberstein den 21sten omtrent de gemelde stad bijeen, en besloten, gezamenlijk op de Zweden, die onder Nyborg stonden, los te gaan. Des anderendaags omtrent elf uur kwamen de Denen met hunne bondgenooten omtrent een myl van Nyborg, daar ze de Zweden, onder den Prins van Sultsbach en den Veldmaarschalk Steenbok, (kort te voren uit Zeeland gekomen) op het hellen van een tamelijk lang gebergte in slagorde zagen staan. De plaats gaf den Zweden veel voordeel. Want zij hadden de stad Nyborg achter den rug en voor de borst een sterke heg en gracht, daar de musketiers en dragonders, als achter een vaste borstwering, waren geplaatst. De Denen met hunne bondgenooten trokken toen in slagorde voort. De Veldmaarschalk Eberstein voerde den rechter-, de Overste Wacht-

') Standgehouden. ') Welke houding hunne vijanden aannamen.

%

Sluiten