Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een schot, alsof ze zeggen wilden: wij lachen met uw zeilen. Doch in 't loopen hadden ze een polakker, dat is een soort van vaartuig, by zich, die ze hadden genomen, en nu, nadat ze 't volk daar uithaalden, lieten dryven. De Kapitein Aldert Matthyszoon zond zyn sloep met eenig volk om 't scheepken, dat half met tarwe was geladen, te bewaren. Maar men vond er niemand op, noch iets daar men uit kon weten wie de eigenaars waren geweest. Tegen den avond staakte De Wildt zyn jacht, en draaide op de ly om 't verlaten scheepken in te wachten. De Vice-Admiraal De Ruiter werd den volgenden morgen met het aanbreken van den dag, omtrent het eilandeken Pantalarea, by de ouden Kossyra genoemd, tusschen Sicilië en de Barbarysche kust, drie zeilen in 't Zuidwest gewaar, waar hy met zyn vyf schepen straks jacht op maakte, doch zy stelden 't op 't loopen. Tegen den middag zag hy nog vyf andere schepen uit het Zuiden van onder de kaap Bona (een uithoek van Afrika, in Barbarye, ten Noordoosten van de stad Tunis) opkomen, die zich by de drie andere voegden, 't Waren alle acht Turken, die hy lang vervolgde, en allengs naderde, inzonderheid Van der Zaan. Deze was hun wel een marszeil te kloek in 't zeilen, en deed verscheidene schoten op hen, en zy op hem. Middelerwijl nam de koelte toe, en de Hollanders kwamen hun nog nader. In dat najagen zeilde een der roofschepen, genoemd Pastassa, dat van Tunis was, en gevoerd werd door den Kapitein Mustaffa Reys Rodeslee, zyn groote steng af. De Admiraal der rooveren meende hem een kabel te geven om te sleepen, maar maakte hem nog meer reddeloos, zoodat z\jn fokkemast en boegspriet over boord vielen. Al de zeven roovers zeilden by den reddeloozen Turk, en meenden de Hollanders door hun groot getal te

Sluiten