Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't geen wijders vereischt werd om onbekende kusten aan te doen, en vreemde havens in te loopen, Gelijk een blinde op het gevoel den weg zoekt, en naar den muur tast, zoo moesten de Leids- en Stuurluiden deze vloot, in de blindheid hunner onkunde, naar vaarbare diepte en goede havening zoeken. Wijders werd ook onder 't zeilen beraadslaagd op wat wijze men het bevel der Heeren Staten zou uitvoeren. De Krijgsraad verzocht den Kommissaris Johan Bartram van Mortaigne, dat hij zich tot Kornel en Opperhoofd over de soldaten en matrozen, die men zou moeten landen, om de genomen sterkten te hernemen, zou laten gebruiken, 't geen hij aannam. Daarna werd besloten hoe men zoude voortzeilen, en dan den aanval doen.

Te dier tijd werd het gebied over de matrozen, die in de landing de voortocht zouden hebben en den eersten aanval zouden doen, aan de Kapiteinen Jacob Corneliszoon Swart en Johan van Nes opgedragen. Men had ook nog eenige Bevelhebbers over de soldaten gesteld. Johan du Bois, Kapitein op De Ruiter s schip, en Graaf Johan van Hoorne, die onder de vrij willigen voer, werden tot Stedehouders van den Kornel verkoren. Eenige anderen zijn tot Kapiteinen, Luitenanten, en Vendrigs gemaakt. Onder anderen gaf men ook een vendel aan des Vice-Admiraals zoon, Jonker Engel de Ruiter. Toen werd ook last gegeven dat men op al de schepen der vloot eenige stormladders en granaattasschen ') zou maken, en alles vervaardigen dat tot een storm zou kunnen dienen. Dat bevel werd met vlijt verricht, en de vloot vorderde

') Met leer gevoerde zakken tot het bergen van handgranaten.

Sluiten