Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nassau, de Graven Van Solms, Dhona en Hoorne, de Heeren Van Breederoode en Van Gent, met vele andere Grooten. Zy begaven zich, met de Heeren Gevolmachtigden van hunne Hoog Mogende (zich hier onthoudend, om 't uitloopen der vloot te bevorderen) in twee jachten, en voeren aan het boord van den Luitenant-Admiraal De Ruiter, die te dier tyd de matrozen naar boven in 't want en op de rees 1) liet loopen, als of men de zeilen zou innemen; en dan weer omlaag, elk bij zijn geschut, om dat te boord te brengen: in welke scheepsoefeningen de Vorsten en Heeren groot vermaak schiepen. Daarna voeren ze ook aan 't boord van de Luitenant-Admiralen Van Nes en Tromp. Zij werden door al de schepen der vloot met ettelijke eerschoten verwelkomd, en hunne komst veroorzaakte groote vreugd en gejuich onder 't volk; inzonderheid het bijzijn van den Heer Prins van Oranje. De matrozen maakten daar over een groot geroep, dat ver klonk: 't was niet dan „Lang leef de Prins: lang leef de Prins van Oranje." Ook werd het volk op d'Admiraalschepen elk met vyftien ton zwaar bier beschonken. Tegen den avond begaven zich de Vorsten en Heeren weêr naar land, en op den Helder. Maar den volgenden dag waren ze weêr tijdelijk op stroom, bezagen het schip van den Kapitein Van der Zaan, en daarna de schepen van de Vice-Admiralen De Liefde en Van der Hulst, en van den Kornel der zeesoldaten, Willem Joseph van Gent. 's Middags gingen ze, nevens de Heeren Gevolmachtigden der Heeren Staten, de Gemachtigden der Admiraliteiten, en d'Opperhoofden der vloot, aan 't boord van den Luitenant-Admiraal De Ruiter ter maaltijd, die hen heerlijk en heusch

*) Raas.

Sluiten