Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fransche kust, van Galais af tot Havre de Grace toe, niet een haven had om een zwaar schip te kunnen bergen. Dies zocht men de Engelschen in de vlakke zee te ontmoeten en te bejegenen. Den volgenden geheelen nacht had men een stilte en den elfden van Juni kreeg men 's morgens verandering van wind en stijve koelte uit den Zuidwesten. Dies moest men,, hebbende wind en stroom tegen, 's morgens vroeg de ankers laten vallen. Dit geschiedde tusschen Duinkerken en Noordvoorlandt (den hoek van Engeland die tusschen het kanaal en de rivier van Londen uitsteekt), omtrent zeven of acht mjjlen Oost-zuidoost van de Engelsche kust. Hier liggende, werden de Nederlandsche buitenwachten de Engelsche oorlogsvloot omtrent ten negen uur gewaar en gaven dat met het gewoonlijk sein te kennen, waarop zich een ieder tot den strijd bereidde. De Engelsche vloot was weinig dagen te voren in Duins ten anker gekomen en op dezen dag, mogelijk op de ontvangen kondschap van 't naderen der Nederlandsche vloot, van daar in zee gestoken. Omtrent ten tien uren verloor het schip Gelderland, 't welk door den Kolonel Van Gent werd gevoerd, zyn fokkemast en boegspriet, die door 't stampen van de zee buiten boord vielen en zijn groote marszeils ree brak, acht of tien voet van de nok, in stukken. De Generaal De Buiter beval toen, dat men 't gemelde schip (dat een der voornaamste schepen der gansche vloot was en nu geen dienst kon doen) naar een der naaste havens zou sleepen. Doch de Kolonel Van Gent ging over op het schip van den Kapitein Gotskens. Een uur daarna, ten elf uren, kreeg men de Engelsche vloot in 't gezicht, die voorts op de Nederlanders afkwam. De Generaal Monk, Hertog van Albemarle, had hier nu alleen het oppergebied, terwijl Prins Eobert, op een

Sluiten