Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongegrond gerucht, met eenige schepen, op den Hertog van Beaufort (die men meende dat op weg was om zich by de Hollanders te voegen) zocht te passen. Hij voerde, als Admiraal, een gewone Brittannische vlag van de groote, en een roode van de voorsteng, en ook hij gelegenheid, om sein te doen, nog een Brittannische vlag of geus van de kruissteng. De Vice-Admiraal van dit roode eskader, Ghristoffel Mynnes en de Schout-bij-nacht Josef Jordaan, lieten, behalve hunne vlaggen van gebied, roode vlaggen van de kampanje en roode wimpels van de groote steng waaien. In het tweede eskader hadden de drie Opperhoofden : de Admiraal Askue, de Vice-Admiraal Berkley en de Schout-by-nacht Harman witte vlaggen, en al de andere schepen van dit eskader voerden witte wimpels van de groote steng en witte vlaggen van de kampanje. Men zag geen Admiraal der blauwe vlag, maar den Vice-Admiraal en den Schout-bij-nacht Smith en Tiddyman, die blauwe vlaggen en wimpels voerden. De Hollanders telden in de Engelsche vloot omtrent tachtig zeilen en de Nederlandsche vloot was toen sterk eenenzeventig schepen en dertien fregatten van oorlog, negen branders en ettelyke adviesjachten, volgens de lyst boven gemeld, die alleen door 't opzenden van 't reddeloos schip was verminderd. Men liet, zoo haast als men de Engelschen kon zien, het gebed doen, de kok schaffen en alles klaar maken. Tegen den middag deed de L. Admiraal-Generaal sein van onder zeil te gaan. Maar de schepen konden mits ') het holle water en bij gebrek van tijd, de ankers niet tehuis krijgen, maar moesten alle hunne kabels kappen. Beide de vloten, in dier voege onder zeil wezende, leiden het gezamenlijk Zuidwaarts over, de wind was

') Wegens.

Sluiten