Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam de Nederlandsche avantgarde, door de LuitenantAdmiralen Johan Evertszoon en Tjerk Hiddes de Vries aangevoerd, eerst omtrent den middag met de voortocht der Engelschen, geleid door den ViceAdmiraal Thomas Allen, voerende de witte vlag, in 't gevecht. De Generaal De Ruiter volgde het eskader van Jan Evertszoon op den voet, maar de stilte werd onderwijle zoo groot, dat hij 't hoofdeskader van de Engelschen (daar de Generaal Monk en Prins Robbert het gebied hadden, die beide op een schip waren en een Brittannische vlag van de groote en een roode vlag van de voorstenge lieten waaien) niet dan omtrent ten een ure na den middag kon aantreffen en dat alleen met een gedeelte van zijn hoofdeskader, dewijl vele schepen, onder hem bescheiden, te verre in lij waren vervallen en door de gemelde stilte niet op konden komen, noch De Ruiter tot haar afzakken, om haar, nevens zijn bijhebbende schepen in gelijk postuur en linie aan den vijand te brengen. Hij raakte dan met dat gedeelte van zijn eskader, met Monk en zijn eskader, in een schrikkelijk gevecht, zijne schepen sloegen over bakboord gelijk de Engelschen over stuurboord. Maar middelerwijl zag de Generaal De Ruiter, met groote verwondering, niet kunnende de reden begrijpen, dat de Luitenant-Admiraal Tromp en vervolgens zijn geheel onderhebbende eskader, dat het ontzaglijkste van 's Lands vloot was en de achterhoede formeerde, met opgegeide zeilen, alsof hem 't werk niet aan en ging, bleef leggen, wel twee mijlen bewesten van De Ruiter, waardoor hij een stuk weegs achteruit dreef en zoo verre achter De Ruiters eskader raakte als de voortocht onder Johan Evertszoon te voorlijk was geavanceerd, zoodat de Engelschen daar tusschen beide inbraken. De vier Fransche Heeren, den Luitenant-Admiraal Tromp dus ziende leggen,

Sluiten