Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Luitenant den Chirurgijn beval met zyn goed uit de kajuit te gaan, 't geen de ander zoo euvel op nam, dat hy besloot den Luitenant de rest te geven. Hij gaat bij den Konstapel, en vraagt of de pistolen, die in de kajuit aan een rak staken, geladen waren ? en verstaande dat ze geladen waren, zeide daar op, Zoo zal ik dien Paapschen schelm den hals breken. De Konstapel dat voor dronkemans klap achtende, en 't niet geloovende, ging in zijn kooi te rust, en de Chirurgijn middelerwijl alleen over 't schip wandelen, met eenige zelfstrijd in 't harte, en twijfel, of hij 't zou doen of laten. De haat dreef hem voort, en de schriklijkheid van 't feit hield hem tegen. Doch de boosheid nam de overhand, en 't was of iemand (dit heeft men hem daarna hooren zeggen) hem in 't oor zeide: Mozes sloeg den Egyptenaar wel dood, en deze Papist is nog erger, waarom zoudt gij hem dan ook niet dooden ? Daar op treedt hij, 's avonds tusschen tien en elf uur in de kajuit, zinneloos van haat. Daar vindt hij den Luitenant en een Zeeuwsche bode, die beide sliepen, en twee vrouwen, die wakker lagen. Hij vraagt waar de Luitenant lag, 't geen hem zoo haast niet gezegd was, of hij grijpt een pistool van 't rak en schiet den Luitenant zoodanig in de linker borst, dat hij, na 't spreken van weinige onverstaanlijke woorden, terstond daar van stierf. Op 't geschreeuw van de vrouwen kwam de Konstapel met anderen uit den slaap, vonden den Luitenant in zijn bloed, zonder leven, en den moorder in zijn kooi: daar ze hem eerst in vast spijkerden, opdat hij 't niet zou ontkomen. Daarna werd hij te recht gesteld, en alles vrijwillig bekennende, wees de Krijgsraad, dat hem eerst de rechterhand, daar hij de moord meê gedaan had, zou worden afgekapt, en hij vervolgens met de

Sluiten