Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«mede UEd. zonderling ') zal verobligeeren diegene »die is en altijd zal blijven,

Weledele, Gestrenge Heer,

Hage den 2 Au- UEd. ootmoedige Dienaar,

RUStUS 1672.

Johan de Wit.

De Luitenant-Admiraal, dezen brief den 4den van Augustus ontvangende, schreef daarop dienzelfden dag de twee die hier volgen, de eerste aan den Raadpensionaris, en de tweede aan de Heeren Staten.

Weledele Gestrenge Heer,

Gelijk het mij aan de eene zijde van harte lief is geweest, uit Uw Ed. missive van den 2 dezer loopende maand, heden ontvangen, te bemerken, hoe nadat dezelve door Godes zegen weder is gereconvalesceerd, zoo is het mij aan de andere zijde ten hoogsten leed de ongemakken te verstaan, die mijn Heer den Ruwaard van Putten, Uw Ed. broeder, worden aangedaan ; in gevalle zijn WelEd. in alles zoo onschuldig is, als van 't geen dat tusschen ons hier op de vloot zoude zijn voorgevallen, gelijk ik vastelijk hoop en vertrouw van ja, zoo geschiedt hem groot ongelijk, en ik ben daarom terstond geresolveerd geworden dienshalven aan haar Hoog en Ed. Groot Mog. te schrijven de missiven, onder cachet van 't Land, hiernevens gaande, tot Uw Ed. narichting, sustineerende dat hetzelve omtrent deze zaak krachtig genoeg zal wezen om alle redelijke gemoederen te

*) Bijzonder.

Sluiten