Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heer De Ruiter hield, kreeg eenige schoten onder water, en men schoot hem voorts zoo reddeloos, dat hy t zwaarlijk kon gaande houden, zonder nochtans te wyken of te zwichten. Ook werd de Kapitein Noirot in zijn linker been zwaarlijk gekwetst. Ter

zeive/ tÜd leden 00k de vijandelijke schepen groote schade. De Luitenant-Generaal d'Almeras, Hoofd van t eskader der voortocht, werd doodgeschoten, alsook de Ridder Tambonneau, en de Heer Decoux; de Kapitein Gogolin werd gevaarlijk gekwetst; hierdoor raakte t gemelde eskader, daar ze de voorste schepen voerden, in eenige onorde. Doch de Ridder Valbelle die na den dood van d'Almeras 't gebied over 't eskader aannam, deed al wat mogelijk was om de schade door zijn dapperheid te boeten 1), en werd wel ingevolgd door de zijnen. De Luitenant-Generaal Du Quesne die gestadig bjj de wind had gehouden, om den Spaanschen Admiraal te naderen, ziende dat hy zich achterlijk hield, zette alle zeilen by, om by zijn voortocht te komen, en de zijnen tegen De Ruiters eskader te helpen. Doch ondertusschen begonnen de Spaanschen, door order van den Heer De Ruiter, gely'k boven gemeld is, daartoe verzocht, wat nader te komen, daar toen eenig gevecht met Du Quesne op volgde, in 't welk zich ettelijke Spaansche Vlamingen treffelijk kweten, en als Hollanders vochten. Middelerwijl werd in De Ruiters eskader nog even hevig gestreden: inzonderheid by en omtrent zün schip dat zich altijd hield b« 't reddelooze schip van den Graaf van Styrum, om dat te beschermen, en tevens ook den vijanden, die daar, tot acht in getale, voorbij passeerden, waaronder twee Schout-bijnachts waren, en de rest schepen die elk ten minsten

') Herstellen.

Sluiten