Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorheen zelfs tegen straatwegen bezwaren had, en — behoeft het gezegd te worden — geen machtiger moteurs om alles te nivelleeren dan de rails; de locomotief snelt maar even over de oude gebruiken heen en — ze zijn spoorloos verdwenen.

In mijn tijd waren zelfs de straatwegen nog niet aan de orde; maar toch tot eene stoomboot van Harlingen naar Amsterdam was het gekomen, tot veler blijdschap, niet precies met aller goedkeuring. Ze waren toch zoo betrouwbaar die oude beurtschippers; bij menschengeheugen was het nooit voorgekomen dat een beurtschip verongelukt was tusschen Amsterdam en Harlingen. En men kon de kajuit afhuren — daar was men als thuis! — of, als dat niet lukte, was „de kelder" immers ook goed met zijn kooien, die altijd naar teer roken, waar 't grove linnengoed steeds met groote vlekken ijzerroest bezaaid was, en waar de schipper 's middags op stokvisch trakteerde, — eene ondragelijke etenslucht voor de arme zeezieken die in de kooien vastgemeerd lagen. Het was iets verschrikkelijks vooral voor mij, zenuwachtig schepsel, een prinsesje op erwten van mijne geboorte af. En toch voorheen kón het niet anders.

Ik zag in die dagen steeds tegen de vacantie op, alleen om de zeereis heen en weêr. Mijne goede tantes plachten mij dan reeds des avonds aan boord te brengen, daar het voor dames niet te doen was te drie ure in den morgen naar de haven te wandelen. Ik kon dan, naar hare meening, terstond ter kooi gaan, gerust slapen en mogelijk eerst wakker worden als het schip reeds in volle vaart was. Geregeld werd ik aan de goede zorgen van den schipper gerecom¬

mandeerd; geregeld werd aan dezen de gewone vraag gedaan, wanneer hij dacht uit te varen — ik had

net antwoord wel kunnen geven: „Wel, Juffer! als 't

Sluiten