is toegevoegd aan uw favorieten.

De Prinses Orsini

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij mij gezet, maar de verzen zeiven raakte ik kwijt door allerlei wat er volgde. Hetgeen ik mijzelve verwijt en mij zeer spijt, is dat ik haar niet verzocht heb ze te mogen overschrijven. Ik ook hield er een cahier op na, waarin ik afschreef wat mij trof en aantrok, zoowel van verzen, als proza, en wat ik zelfs niet opgehouden ben te verrijken toen ik zelve reeds schreef en „gedrukt" werd.

De weinige dagen die ik te Nieuwediep kon blijven waren spoedig om, evenals de schoone dagen van Aranjuez in Schiller's drama.1) Ik keerde er niet weêr terug. Ik heb met juffrouw Beets alleen een aangename, voorbijgaande kennis gemaakt, waarop wij niet weêr terugkwamen en die wij zelfs niet meer herdachten, toen het toeval ons veel later weêr eens onder geheel veranderde omstandigheden elkaêr ontmoeten deed. Beets was toen reeds erkend voor wat wij van hem wachtten, — en ik nog ganschelijk niet déór, waar ik wezen wilde en hoopte te komen.

Wat mij betrof, ik ging weêr mijne schouders zetten onder het juk, dat ik vrijwillig op mij genomen had, doch waarvoor zij te zwak zouden blijken. Liever opgevende wat ik voelde niet mijn roeping te zijn, dan te volharden tot schade van mijzelve en anderen, zou ik reeds in het voorjaar van 1835 naar Alkmaar terugkeeren.

Intusschen zou ik geen berouw behoeven te gevoelen over de proefneming. Het verblijf te Hoorn in eene aanzienlijke familie — de familie de Bruijn Kops — was mij van groot nut. Al was Hoorn een kleine

») Uit Schiller's Don Carlos _ „De schoone dagen van Aranjuez zijn haast ten einde".

Deze regels zijn tot een gevleugeld woord geworden.

Red. W. B.