Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een persoon binnengelaten, in eenvoudig geestelijk gewaad, die bij iedere schrede eene buiging maakte, schoon niemand der aanwezigen acht op hem sloeg dan de Kardinaal Del Giudice, die hem groette met een hoofdknik ; daarna begon hij rond te loopen met stille en haastige schreden, terwijl zijn klein scherp valkenoog zich van het eene groepje naar het andere wendde — want ook de Kardinaal Del Giudice en Grimaldo waren het venster genaderd en spraken met den Ambassadeur.

„Waarom zou de Koning niet willen werken?" vroeg de eerste; „Mevrouw de Prinses Orsini had het u toch beloofd!"

„Dat is juist waarin gij u bedriegt," hernam Amelot; ,,ik heb Mevrouw de Prinses moeten verzoeken, dezen dag te bepalen voor het afdoen der bewuste zaak — en ... zeker heeft Hare Excellentie dat toegestemd met eene verplichtende hoffelijkheid, die... die mij hopen doet, dat ik ditmaal niet te vergeefs wachten zal — want ik zal wachten," voegde hij er met vastheid bij. „Maar er is meer, Mijnheer de Kardinaal! Gisterenavond is er iemand geweest, die in den Koning de lust heeft opgewekt, om hem weer te zien," en Amelot wees met de oogen op den geestelijke, die toen in de nabijheid van Orry stond te leunen tegen het fluweelen gordijn van den achtergrond, met de onverschillige houding van iemand, die zich verveelt.

„Welnu, dan kan Zijne Majesteit voldaan zijn met hierheen te komen."

„Volmaakt — maar de Camarera-Major zal dat niet willen."

„Waarom niet? hij is immers reeds gebruikt bij de huwelijksonderhandeling ?"

„Ja, maar sinds dien tijd schijnt men geen goed oog op hem te hebben; denk slechts. Het is de derde

Sluiten