is toegevoegd aan uw favorieten.

De Prinses Orsini

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegen der trekken, alsof zij niet de wel zekere onmogelijkheid daarvan doorzag. „Intusschen is mijn gebieder reeds een van hunne opvolgers: dat is veel; intusschen is hij een zoon van Frankrijk, een kleinzoon van den Grooten Lodewijk: dat is meer, en dat legt hem den plicht op, om op Spanje's luister toe te zien, ter eere van Frankrijk en van de heerschappij der Bourbons in het Zuiden." VI

„Frankrijk had zijn zoon niet moeten uitstooten naar dit vreemde land!" riep de jonge Vorst mismoedig. „Die gematigde lucht was mij goed voor mijn zwak gestel; deze hitte verdroogt mijn beste levenssappen. Hier heb ik niet de tuinen van Versaillels en niet de watervallen van Trianon. Daar X\ I werd ik altijd vroolijk door den gümlach, waarmede de Hertogin van Bourgondië binnentrad bij den Koning, en Armand de Fronsac wist mij altijd te doen lachen; h ij is Hertog van Richelieu geworden, en m ij hebben ze Koning gemaakt. En toch, het begon zoo vermakelijk, dat koningschap. Ik werd met prachtige feesten verwelkomd in het paleis van mijn grootvader. Ik werd de zalen doorgeleid als in triomf. Monseigneur, mijn vader zelf, bleef staan, terwijl men mij den fauteuil gaf! Ik begreep nauwelijks, wat mij overkwam, maar ik was nooit zoo tevreden geweest, en ik dacht dat het altijd zoo zou blijven, doch in Buen-Retiro leerde ik het anders. Van toen af is mij alles tegengeloopen, alles ontnomen; van dien tijd af heb ik het verdriet leeren kennen. Het begon met Louville, dien men mij afnam — ik weet zelf niet meer om welk belang ..

Om den mond der Prinses plooide zich een onmerkbaar glimlachje...

„Tot zelfs mijne goede min toe heeft men van mij verwijderd," klaagde Filips voort. „Alles, alles hebben