Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij weet het immers — o hoe lijde ik! zij weet het, en zij wil mij niet helpen."

„Een weinig moed, Sire!" hernam Orsini, met een gelaat zoo somber, dat zij de vroolijkheid zelve had kunnen ter nederslaan. „Wij hebben nog een geruimen tijd voor ons; zal ik den groot-schildknaap en den garderobe-meester doen binnenkomen?"

„Moet ik mij kleeden?" vroeg Filips, zijne flauwe oogen wijd openspalkende van schrik.

„In groot kostuum, Sire! het kan niet anders. De Fransche gezant, de Ministers, het is zoo goed als een despacho universal; Uwe Majesteit mag niet anders verschijnen."

„En als ik ziek ben?"

„Uw koninklijke grootvader kleedt zich zelfs voor zijn geneesheer," sprak de Camarera-Major met onverzettelijkheid.

„Maar ik ben Lodewijk XIV niet; ik wenschte, dat men het toch eenmaal begreep!" hernam Filips in eene soort van wanhoop; „ik zal den ganschen dag hoofdpijn houden, en ik zal alles verkeerd doen, en dan die lange brieven uit Frankrijk, met terechtwijzingen, die ik daarover weer zal moeten lezen! o!" en hij wierp zich achterover in den leuningstoel, met de beide handen voor de oogen.

De Camarera-Major bleef onbewegelijk staan en zag met veel welgevallen, hoe de blankheid harer fijne hand afstak bij het donker fluweel van het tafelkleed. De loop, dien het gesprek genomen had, scheen haar te voldoen.

„Indien ik iets kon doen tot verlichting van mijn Koning!" begon zij na eenig zwijgen.

„O, gij kunt veel! gij kunt alles! ik heb het gevonden —riep Filips, „als gij slechts wilt," voegde de onnoozele monarch er treurig bij.

KRINSES ORSINI. 11

Sluiten