Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nam zij, met een schrander en ongeloovig glimlachje. „Dus wil zij huwen?" vervolgde zij na eenige bedenking; „welaan, ook daarin is te voorzien. Ik heb, in dat geval, sinds lang een echtgenoot voor haar gekozen."

„Mevrouw! ik kwam er u een voorstellen van m ij n e keuze," hernam Francois met de overhaasting van den schrik.

„Ik ben toch zeker, dat gij zult instemmen met de mijne."

„Ik onderstel veeleer, dat ditmaal de uwe zich voe'gen zal naar de mijne."

„Ciell laat ons zóó niet voortgaan; wij maken XIII waarlijk eene scène uit een blijspel van Molière!" riep nu Mevrouw Orsini, met een lach zoo luid, als hare fijne beschaving het slechts gedoogde; haar vlug vernuft had snel het belachelijke doorzien, te midden van al het gewicht van dien strijd.

„Gij hebt gelijk, Mevrouw!" antwoordde Frangois met ernst, waarbij hij al zijne heerschappij over zich zeiven noodig had, om niet bitter te worden; „bij een twisten over ja en neen zou niemand iets winnen, en allerminst mijn ongelukkig kind; daarom laat mij het zijn, wie in deze haar lot beslist. Mijne kennis van haar karakter, hare opvoeding die door mij geleid werd, de omstandigheid dat ik alleen als haar bloedverwant erkent kan worden en genoemd, maken het voegelijk en, naar mijn inzien, noodzakelijk, dat zij eene echtgenoot neemt van mijne hand."

„Ik verzoek meer te weten van uw aanstaanden schoonzoon, eer ik van uw gevoelen kan zijn," hernam Mevrouw Orsini met die rustige gelatenheid, welke in haar karakter als een voorteeken was van de bewustheid dat z ij zou zegevieren.

Maar toch sprak de Sieur, die haar kende, met eene soort van fieren triomf:

Sluiten