Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van toen al begon de jongeling te leven, dat leven der ziele, waarbij wij bewustheid krijgen van al ome krachten, van al onze vermogens; waarbij wij aan die bewustheid zelve de vleugels ontleenen tot eene hoogere vlucht. Zijn leven was niet meer dat bespiegelend en machteloos poëtisch wegsmachten tusschen een krachtigen wil en de overmacht der omstandigheden, tusschen onvervulde wenschen en de vermetelste hoop op de toekomst, maar eene werkdadige oefening van krachten en plichten beide — eene werkelijkheid, die hem liever was dan de schoonste droomen. II Maestro Bojacci was voor hem geen vader in de zachtste beteekenis van het woord, maar hij was een nauwlettend) en gestreng meester, wiens welwillendheid zich te minder toonde in zoetsappige weekheid, naar mate hij in zijn kweekeling een grooteren aanleg bewonderde, maar tegelijk eene zelfstandigheid opmerkte, die wel noodig had geleid te worden, zou zij niet eene rotse blijken, waartegen allen en alles zich zoude afstuiten, en een stalen hulsel, waaronder al zijne beminnelijke hoedanigheden zouden verscholen blijven, en wellicht ondergaan, bij gebrek aan licht en aan warmte, een eeuwige hinderpaal tegen ieder zijner bewegingen in het maatschappelijk leven. Hij leerde hem niet plooien, niet buigen — maar hij leerde hem gehoorzamen, en hij meende dat hij zijn doel bereikt had, dat hij dit karakter had verzacht, sinds hij den jongeling altijd blijmoedig en altijd met haast zijne hevelen zag volbrengen; maar hij vergiste zich in dien diepen gemoedsaard; ieder offer, dat Frangois bracht van zijn wil aan dien van Andrea Bojacci, was bij hem niets dan een offer der dankbaarheid, waarvan het volbrengen hem in zijne eigene achting deed rijzen; deze eene, die hem de eenige weldaad bewezen had, waaraan hij behoefte gevoelde, zou ook zijn eenige meester

Sluiten