Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Parijs binnen aan den leiband van eene vrouw, die hij wantrouwde, die hem gebruikte zooals zij wilde, en die hij bijkans niet meer beminde, schoon hij telkens weder zich binnen haar toovercirkel waagde. O, hoe geheel anders had hij gemeend eenmaal weder tot die poort in te keeren! zijn naam met fierheid uit te spreken, een naam, waarvoor de voorbijgangers zich zouden hebben omgewend, uit belangsteling en bewondering. Parijs had hij willen binnenstappen als een groot overwinnaar! En hij zou het geweest zijn, want hij zou de zegepraal behaald hebben van het talent op de overmacht der omstandigheden.

Maar nu, wat was hij arm geworden, de man, dien men over de staatskas van Spanje had zien beschikken, ten behoeve van anderen; die eene vorstin had gehuwd, welke millioenen als jaarlijksche uitgaven te gebruiken had! Voorwaar, hij was armer dan de jongeling, die zijne boeken verwisselde voor een schralen spaarpenning.

En nu, wat was hij gering geworden, die kunstenaar, die in zijn hart, vorsten te fier, niets hooger kende dan de kunst, en niets boven zich achtte dan de groote meesters, naar wier gelijkheid hij streefde! want hij was nu Monsieur d'Aubigny, dien de Spaansche Granden boven zich hadden gesteld door hun haat, en de Franschen door hunne vleierij, en die nu voor gansch Europa ten toon stond als de echtgenoot of de minnaar van eene vrouw, die hem verloochende en verdreef, zoodra zij het goedvond. Voorwaar, hij was de mindere geworden van den onbekenden jongeling Frangois, die wegliep van zijn vader, omdat hij vrij wilde zijn.

Wat was hij zwak geworden en afhankelijk nu hij tot man was gerijpt, sinds hij de eerste overwinning had behaald op de machtigste vrouw van het Zuiden,

Sluiten