Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eentoonige verborgenheid te deelen — zonder dat hij eigenlijk recht weet, waarom en waartoe — alleen in dit alles geleid door eene onzekere hoop, de zwakke hoop, die ik heb kunnen geven."

„Een merkwaardig voorbeeld van romaneske liefde; een herlevende paladijn50) uit den riddertijd," hernam de Prinses, eenigszins spotachtig lachende; maar tegelijk stond zij op, zij had een blik op eene pendule geworpen, en riep met eenigen schrik:

„Waarlijk meer dan tijd voor de late mis, Mijnheer d'Aubignyl het spreekt van zeli, dat wij niet hebben afgedaan, maar wij moeten hier afbreken. Ik kan den Koning niet alleen naar zijne huiskapel laten gaan, zonder te vreezen, dat eenige vreemde zich indringt tusschen hem en mij."

„En voor zulk een zorgvol slavenleven offert gij al de vreugde op, die de zoetste banden eener vrouw kunnen schenken?"

„Gij vergeet den wellust, die er in ligt, zich benijd te weten door duizenden, gevreesd door millioenen, gevleid te zijn door vorsten en gehoorzaamd door een Monarch!"

„Terwijl toch somwijlen eene stem in uw binnenste u zeggen moet, dat uw lot de benijding niet waardig is, en dat de vrees, de vleierij, en het triomfeeren over den vorstelijken wil niets aanbrengt dan eene ledige voldoening der ijdelheid... Zeg mij, hebt gij nog altijd het onbeduidende voorrecht behouden, dien kinderachtigen vorst zijn slaaprok over te geven?"

„Noem dat geen onbeduidend voorrecht; het geeft de gelegenheid een vorst te doen inslapen met uw laatste woord, met de gedachte, die gij in hem hebt willen opwekken. Maar zoo iemand anders dan de kleine aalmoezenier heden de mis las, zou ik eene fout hebben begaan met hem te doen wachten — over

Sluiten