Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bedeesde jonkvrouw eene sterke vrouw zijn verscholen geweest, dat zij zoo den grooten vorstinnenplicht der zelfbeheersching wist te oefenen; en toch scheen zij nog altijd dezelfde verdrukte en schroomvallige Prinses, die zich met moeite en met verdriet bewoog in deze wereld, voor wie spreken eene overwinning was op hare schuchterheid, en die zich verpletteren liet door een blik of een woord van hare grootmeesteres. Die opmerking had de Sainbertót der Camarera-Major medegedeeld; dan daar het eene herhaling was van zijne vroegere inlichting, was dit van weinig beduidenis. Hem zeiven behandelde Elisabeth als een afgezant, die kwam in den naam van een aanstaanden gemaal, en wien zij daarom hoofsche beleefdheid en vorstelijke welwillendheid betoonen moest. Noch haat, noch liefde, noch toorn, noch ingenomenheid drong henen door dit dichte masker, dat zij zich voor het gelaat had gedrukt; maar de Sainbertót, die iedere zijner pogingen, om haar met meerdere vrijheid te naderen, op eene onverklaarbare wijze zag teleurgesteld; die iedere zijner bestberekende vindingen daartoe zag mislukken; die zich telkens belemmerd voelde door plotselinge hinderpalen, welke als uit den grond om hem heen oprezen, en die toch wist, hoe licht het hem vroeger gevallen was te verkrijgen, wat nü onbereikbaar scheen geworden, begreep ten laatste, dat haar wil die verhinderingen in den weg had gesteld, en hieruit zelfs vatte hij nieuwe hoop, want hij vermoedde toorn, tegenzin of vrees voor hem in die handelwijze, en beide moesten hem meer welkom zijn dan onverschilligheid. Hij begreep dus zijne zaak gewonnen te hebben, als hij slechts de gelegenheid vond, die te bepleiten, en daar hij zich zeker hield, van de zijde der Prinses die gelegenheid niet te verkrijgen, wendde hij zich tot den Hertog zeiven, wien hij ver-

Sluiten