Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en jammerlijken val; van hare houding onder dit ongelijk; van de weinige aanleiding, die zij zelve daartoe meende gegeven te hebben, en eindigde met het verzoek, om aan hun Hof te mogen komen, waar zij hun meerdere bijzonderheden zou kunnen mededeelen. Zeker is het, dat zij zelve toen in den Koning nog niet den ontwerper en den bewerker van haar leed heeft gezien en het is zelfs niet zeker, dat zij dien er ooit in heeft erkend; maar het is wel zeker, dat zij die brieven zal hebben geschreven, met hare gewone kunst van zeggen, en met al de fijnheid van wending, en met al de schrandere omzichtigheid en die behendiqe scherpzinnigheid, die al het leedgevoel van eene onschuldig mishandelde wist uit te drukken, zonder tot dien klaagtoon der verontwaardiging te stijgen die, bij hare onbewustheid van de stemming van het Fransche Hof, licht eene fout kon zijn geweest.

Terwijl zij schrijft, kunnen wij haar voorkomen opnemen, en wij zien het, al heeft zij ook geene enkele klachte geslaakt over de kwellingen van die jammervolle reize, al heeft zij al hare folteringen ontveinsd onder een rustig gelaat, zij heeft toch niet kunnen beletten, dat zij het lichaam hebben aangegrepen en geschokt, al konden zij dan de ziel niet nederbuigen; dat zij dat gelaat hebben geteisterd en gemerkt, ondanks die wilskracht, die hare indrukselen tracht te verbergen. Scheen zij nauwelijks veertig jaren, toen zij zegepralende binnentrad bij de Koningin van Spanje, zij was nu zestig geworden in de drie weken, die zij had doorgeleefd. En welke zestig jaren nog! Niet die van eene rustige en statige grijsheid, die met langzame en kalme schreden is genaderd, en die eerwaardigheid en rust gepredikt heeft met iederen stap; maar een ouderdom, die als plotseling is nedergevaUen; die zich gisteren nog verborg onder schijn van jeugd, die nu door

Sluiten