is toegevoegd aan uw favorieten.

De Prinses Orsini

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volbracht was, heb ik begrepen dat zij niet onschuldig kon zijn... a

„Ik gebruikte mijne ontdekking tegen u bij de Koningin van Spanje!» bracht de jonge Edelman met moeite uit — en met de handen voor de oogen, bleef hij geknield liggen, eene houding, waarin hij geheel deze biecht had volbracht.

Toorn en verontwaardiging schenen niet eens de sterkste gewaarwordingen te zijn der Prinses, bij deze bekentenis van zulk een vergrijp, tegen haar gepleegd; als eene schrandere vrouw, die zij was, trof haar het meest de opheldering, die deze haar gaf.

„O nu eerst begrijp ik Elisabeth Farnese!" riep zij mt ~ daarna met hoogheid op de Sainbertót ziende zeide zij hem: „En het is om mij zulk eene ontdekking te doen, dat gij tot mij durft komen; in deze dagen — voorwaar, Mijnheer! zoo gij u niet zwak getoond hadt en zeer klein, zou ik u voor zeer vermetel kunnen houden."

„Ik ben niet gekomen, om u te trotseeren; ik ben gekomen om schuld te bekennen, om u vergiffenis te vragen," sprak de Graaf deemoedig, want hij voelde, dat zij recht had hem hardheden te zeggen; „want ik zal geene rust hebben, vóór gij mij vergeven hebtmisschien beweegt u daartoe het berouw, dat mij aangreep, zoodra de eerste drift zich had gekoeld; zoodra mijne fout onherstelbaar was; mijn afgrijzen van mij zeiven; mijne wanhopige ontzetting bij uw vreeselijken val, bij mijn werk ..

„O stil, Mijnheer de Graaf de Sainbertót!" viel de geestvolle vrouw hem in de rede, met eene fierheid, die aan adel verloor wat zij aan fijnen spot won. „De fabel a\ I van Mijnheer de la Fontaine, van de vlieg en de postkoets, is nog altijd déér, om met bittere satyre te straffen, wie zich in hoogen eigendunk te gewichtig