Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opstanding, en Nabetrachting, om ook hier dat woord te gebruiken, een drietal Zondagen, waarop de heerlijkheid van het nieuwe leven des Opgewekten zich in steeds hooger glans openbaart. Over ieder dezer bijzonderheden gaan wij afzonderlijk spreken.

Wie heeft niet wel eens bij den blik op den Kalender een oogenblik stilgestaan bij de hem onverstaanbare namen: Septuagesima, Sexagesima, Quinquagesima, enz waardoor hij sommige Zondagen, doorgaans in Februari, aangeduid zag? Zij wijzen eenvoudig op den zeventigsten, zestigsten, vijftigsten dag vóór den grooten veertig daagschen vastentijd, die de oude kerk reeds gewoon was ter opzettelijke voorbereiding van het groote Paaschfeest te vieren. De eerste van deze Zondagen volgt altijd op den laatsten (ten hoogste zevenden) Bpiphanias-Zondag, en de Zondag, Septuagesima maakt alzoo den natuurlijken overgang van den eersten tot den tweeden feestcirkel uit. Toonden de Epiphanias-Zondagen ons in klimmende mate de heerlijkheid van het vlersch geworden Woord, van nu af aan zullen wij den glans dezer heerlijkheid zich zien openbaren in den nacht eener gedurig dieper vernedering. Van ouds werden de drie genoemde Zondagen als de jaarlijksehe voorbereidingsperiode voor den eigenlijk gezegden vastentijd aangezien, en de Evangelie- en Epistelteksten ter vaste behandeling aangewezen, waren over het algemeen bestemd en geschikt om op de Christenheid, die zich gereed maakt den Man van smarte op zijn lijdensweg te volgen, een gevoel van diepen ernst en stille boetvaardigheid optewekken. De vaste benaming der nu volgende Zondagen in uwen Almanak, de Zondag Invocavit, Reminiscere, Oculi enz., zijn eenvoudig ontleend aan den Latijnschen aanhef der Schriftelijke gebeden, waarmede de Latijnsche kerk op die dagen haren openbaren godsdienst begon. Ook in de Luthersche

Sluiten