Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedenkwaardig ook, bepaalt zich op dezen dag het Christelijk nadenken n:et. Het oog ziet beurtelings terug op het geheel der Christus-verschijning op aarde, die nu als een cirkel tot haar punt van uitgang is weergekeerd; en omhoog tot den hemel, waar thans de Heer in heerlijkheid leeft, en regeert, en bidt voor de zijnen; en vooruit naar den grooten dag, waarheen ons het Engelenwoord heeft gewezen, dat Hij „die opgenomen is in den hemel, alzoo komen zal, gelijk gij Hem naar den hemel hebt zien henenvaren." Zoo is de dag der stille naviering van Jezus' verhooging ten hemel tegelijk die der voltooide voorbereiding voor het naderend Pinksterfeest. Met reden wijst het Evangelie van dezen dag (Joh. 1 5 : 25—16 : 4) op 'sHeilands belofte voor den tijd, dat de Trooster gekomen zou zijn, die van Hem en zijn heil zou getuigen. Waar het in ons hart althans eenigszins mag gesteld zijn als in dat der eerste discipelen gedurende de tien dagen der laatste verwachting, daar is de Trooster van Boven, en met Hem de dag der vervulling niet verre.

„En als de dag des Pinksterfeestes vervuld was" — wel mocht het gewijde feestverhaal, dat doorgaans aan den morgen van het derde onzer hoofdfeesten ontsloten wordt, op zulk eene zinrijke wijze beginnen; het Pinksterfeest toch is het feest der vervulling in iederen zin van het woord. Uit meer dan een oogpunt kan het beschouwd worden, waar het op de rechtvaardiging zijner even oude als algemeene viering zal aankomen. Het is het geboortefeest der Christelijke kerk, die op dezen dag het eerst in de wereld als een geestelijk lichaam is op- en te voorschijn getreden. Het is het kroonings- en verheerlijkingsfeest van den Heer, die nu voor het eerst op aarde wordt uitgeroepen en verkondigd als Koning des Godsrijks 1). Het is het gedenkfeest van Gods trouw, die alzoo het woord zijner heilbelofte vervult, door den mond der profeten gesproken, en „water op het drooge en stroo-

1) Hand. 2: 36.

Sluiten