Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar een van de zonnige zijde antwoordde lachend: „Het gaat met u zachtkens-aan zooals het met de Generaals van Napoleon ging: die werden oud. Ge zijt nu niet langer baanbrekers. Ge hebt een school gevormd; de sombere tint is nu de tint, de moderne stemming. Maar als iets modern geworden is, dan zien wij daarin een overrijpe vrucht, die reeds aan de eene zijde begint te rotten. Als een nieuw boek in een afgelegen land, zooals het onze, verzeild geraakt, dan staat het bloot aan dezelfde verrassing, die, sommigen insecten ten deel valt: het ivordt in een enkelen nacht grootmoeder; het baart eene ontelbare reeks van navolgingen, van ietwat gewijzigde herhalingen, in een ongeloofelijk korten tijd. Een paar zulke boeken heeft de grijze levensbeschouwing, daarmede instemmend overgenomen en nagevolgd in hare school. Maar w ij zijn rondreizende zigeunerkinderen en zoodra iemand om in de school wil brengen, springen wij over tafels en banken heen."

„Loop jezelf niet voorbij," fluisterde een andere rondreizende geest, mistig. „De vroolijkheid is in het Westen vergeten ; als zij zich soms vertoont wordt zij niet meer herkend, maar wel uitgescholden. Wanneer je overigens tot jezelf inkeert, dan zal je moeten toe-stemmen, dat je in menig opzicht het leven ook somber en duister hebt gevonden. Het leven is een bezwaarlijke reis, berg-opwaarts naar het kerkhof en de grijze geesten gaan den tocht vooruit, met de priesters. De grijze geesten zijn Westerlingen; zij huldigen de zienswijze, die zich in het Westen gevormd heeft:

Sluiten