Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog een oogenblikje laten staan. Vervolgens tiok hij zijne manchetten uit en zette ze op den giond naast zich neer; want in het kale vertrek was geen tafel

of stoel te zien.

Op eens werd de deur opengedaan en eene ongesluierde, knappe, maar wel een weinig dikke, Turksche dame trad de kamer in. Zij droeg een licht satijnen kleed, waarvan de snit half Turksch, half Parijsch was, zoo was het ook met haar geheel kostuum: zij maakte

den indruk eener paardrijdster.

Het was de echtgenoote van den Kadi, de huishou

ster van den Sultan.

De plicht van den Kadi was het, haar staande te begroeten. Hij deed inderdaad een kluchtige poging om zich op te richten; maar zij gaf hem door eene handbeweging te verstaan, dat hij, omdat hij ziek was, die

moeite niet behoefde te doen.

..Hoe is het met hem?" vroeg zij aan den diep bui. genden Blumenbach. Hierbij zag zij hem aan met een blik die scheen te zeggen: „Ik zie gaarne mooie mannen.

„Niets dan een kleine verkoudheid," antwoordde Blumenbach op een beleefd-onverschilligen toon, alsof de geheele geschiedenis voor zijn hooggeleerde bijzonder onbeduidend was; „alleen weet ik niet zekei, of de

Efïëndi zich aan den last van mijn eenvoudig voorschrift

zal willen onderwerpen."

„Dat moet hij!" klonk het kort en bevelend. En toen

Sluiten