Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX.

De winter was buitengewoon zacht geweest en de lente kwam veel vroeger dan anders.

Toen Emin en zijne gasten de stadspoort uitreden werden zij buiten begroet door een zee van bloemen en groen. De lente in Damaskus geleek een drieweeksch bloemenfeest. De aarde droeg sappig frisch gras en mos en eene menigte van kruiden. „De zeven plassen" glinsterden tusschen de Platanen en de vogeltjes zongen.

Achter de reizigers lag de zware ringmuur, door groote, bouwvallige torens geflankeerd en voorzien van reusachtige poorten. Op bepaalde afstanden was de muur met lange dwarsstrepen van roodachtige steenen belegd en de torens waren versierd met keurige arabesken, of prijkten met fraaie boogramen. Soms gebeurde het wel dat het schoonheidsgevoel der Arabieren zich liet kennen in een klein boogvenster met een schoone, gebeeldhouwde lijst.

Die roodachtig-gele muur, waar achter de ontelbare

Sluiten