Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den bergtop af had de Profeet op de stad, die hij nooit betreden mocht, neergezien. Als verwilderde klimplanten werden Mahomedaansche en Christelijke legenden door elkaar geslingerd, zich hechtende aan muren, moskeën, graven, steenen, rotsen en bronnen.

De weg dien het gezelschap te vervolgen had was met steen geplaveid en door boomen beschaduwd.

Harven had zijne krukken als een buks op zijn rug laten binden. Hij reed op een ezel omdat die lichter draagt dan een paard. Toch was hij instaat om zonder groote inspanning Emin bij te houden. Deze galoppeerde naast hem op een schimmel, die aan een koord een rood zakje van safiaanleer om den hals droeg. In dit zakje had hij zijn stamboom.

Harven zeide: dat hij Emin goed kon bijhouden, en hiervan moest de reden gezocht worden in het feit, dat in Damaskus alle dingen juist andersom gingen dan in zijn vaderland. Ging men in een kelder, dan was het daar warm inplaats van koud; had men het koud in zijne kamers, dan zette men deuren en vensters wagenwijd open. Was de zomer in 't land, dan sloot men zich den ganse hen dag. in huis op, maar tegen den avond bracht men zijne matras op het dak en sliep onder den sterrenhemel. De ezels waren hier ook geenszins dom en traag zooals in het Westen, maar zoo vlug en vurig, dat de Arabieren met goede redenen op den grafsteen van een Profeet hadden kunnen schrijven:

Sluiten