Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Wachter der Leliën had twee tapijten op den vloer uitgespreid; éen voor Emin en het andere voor Harven en Nelly, aan wie hij daarenboven een lang kussen tot peluw en een bontgekleurde reisdeken gegeven had.

Een geheelen nacht in de kleeren en op den harden grond door te brengen was voorzeker echt Arabisch. Harven nam intusschen toch de vrijheid zijne overjas aan te trekken en de kraag daarvan op te zetten.

Nadat zij zich zoo goed mogelijk hadden ingepakt, legden zij zich op de vloerkleeden neer. De deur. bleef wijd open staan. In den tuin kabbelde het water; de geur der bloeiende boomen werd zoo mogelijk nog sterker dan die bij dag geweest was en achter het myrthenbosch, dat in vroeger tijd aan Venus gewijd was geweest, blonk de ster, die haren naam draagt.

Harven sliep tamelijk spoedig in, maar Nelly lag nog lang wakker.

Eens, toen Nelly van houding veranderde, merkte zij dat Emin, op zijn elleboog leunend, haar aanzag. Hij lag slechts een paar schreden van haar af, meer naar de deur.

Zij keerde zich om, met den rug naar hem. Hierdoor gleed de reisdeken van haar schouder; zij vond het wel eenigszins koud, maar zij wilde zich niet bewegen, en liever veinzen te slapen.

Een oogenblikje later stond Emin op en sloop zachtjes

Sluiten