Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zelden. Toch had het feit hem onwillekeurig een zekeren haat jegens de mannen ingeboezemd, en niet het minst tegen zijn meester. Hij had het karakter van' eene kat, die wel lief en zachtzinnig wezen kan, maar die toch nimmer te vertrouwen is; op hare genegenheid kan men nooit rekenen.

Met zijn eigenaardigen slependen gang slofte hij de straten door naar de voorstad Meidan, om daar bij den koopman in ijzeren voorwerpen, Abu Hassad, een paar breekijzers te koopen. Abu beteekende eigenlijk „vader", of ook wel „vriend".

Lui en met vooruitgestoken buik ging de Eunuque op de maszaba, een soort van stoeltje dat in den winkel stond en dat bijna met den grond gelijk was, zitten.

„Moge uw dag gezegend zijn, Hassad."

„Moge de uwe dit evenzoo worden."

„Hoe staat het met uw gezondheid, Hassad?"

„God zij geloofd, niet kwaad. God is groot!"

„God is groot en wijs. Dat is Hij."

„Aan Hem zij de eer en de roem, mijn zoon. Hoe is het met uw gezondheid?"

„Zeer bevredigend. Gode zij dank."

„Ja, geprezen worde zijn naam, mijn zoon."

„En, ge verkoopt altijd nog oud ijzer, Abu Hassad?"

„Wel neen, mijn zoon, geen oud ijzer, maar kostelijk werk, uit ijzer gesmeed. God zegent tot heden den arbeid mijner handen. Hij worde geprezen!"

ENDVMION. 11

Sluiten