Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkwist had; toen zij haar laatste capsule met zinober geledigd, en haar goud tot het laatst opgebruikt had, wreef zij in haar onleschbaren kleurendorst den hemel achter zich stuk. En juist toen zij zich achter die gescheurde gordijn terug trok, werd de reeds donker wordende stad getroffen door enkele onbeschrijfelijke stralen, die meer zilverwit dan gloeiend, aan het licht dat door een sleutelgat in een donker vertrek valt, deden denken. Het was een groet uit het Paradijs der Muzelmannen. De Profeet wachtte aan Allah's knie neergezeten op zijn volk; hij waarschuwde de stad, die hij voorheen de schoonste van den Oriënt had genoemd. Hij bezwoer haar, zich voor haren ondergang nog eenmaal op te richten; nog eens den heiligen oorlog te prediken; hij drong er bij de mannen op aan, met vrouwen en kinderen hun huis te verlaten en een vuur aan te steken, welks vonken zóo ver uitsprongen, dat zij de met paleizen meer dan volgebouwde mestvaalt, die de Franken Konstantinopel noemden, in brand staken.

„Kom nu!" fluisterde Emin, terwijl zijne hand even de hare, die op de balustrade rustte, aanraakte.

Verwonderd en vragend zag zij tot hem op. Nu hoorde zij- ook zware, slepende voetstappen, als van een oud man, de trappen op komen.

Het was de dreunende stap van „den Omroeper deigebeden" die naar boven kwam.

Sluiten