Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Werktuigelijk volgde zij Emin, die haar voorging het balcon van de minaret rond. Toen de Omroeper met den grijzen baard aan de eene zijde boven kwam, gingen zij de trap aan de andere zijde, achter zijn rug, naar beneden. Halverwege de trap gekomen bleven zij voor een hoog, maar zeer smal, venster in den muur stil staan. De trap was tamelijk steil en Nelly moest op Emin leunen, door hare hand op zijn schouder te leggen, om naar buiten te kunnen zien.

De schitterende kleuren straks door de avondzon te voorschijn getooverd, waren verbleekt en enkele sterren vonkelden aan den citroengelen hemel. In de huizen vereenigden zich mannen, vrouwen en kinderen tot het gebed en op de begraafplaats werden witgekleede vrouwen zichtbaar, die onbewegelijk op een rij zaten.

Hier was wederom het plechtig zwijgende woestijnland, beschenen door een ernstigen gloed uit den hooge, als een Grieksch standbeeld.

Nelly dacht aan een marmeren beeld dat zij vroeger, in Europa, in een museum gezien had en zij zag daarin de verpersoonlijking van den Oriënt zooals zij dien daar voor zich zag liggen. Dat beeld had een schoonen jongeling slapend voorgesteld; een zekere wellustige trek om den mond ging gepaard aan een echt Grieksche uitdrukking van ernstig peinzen. In den catalogus was het beeld E n d y m i o n genoemd.

Boven haar hoofd begon de Omroeper langzaam zijn

Sluiten