Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Luister nu goed naar hetgeen ik zeg. Leer elk woord van buiten als een les."

Hij zweeg een oogenblik en deed een paar haaltjes aan zijn sigaar. Toen vervolgde hij, op dienzelfden toon:

„Morgen ochtend moet je naar den manken ouden heer en zijne dochter gaan; je moet hun mijne groeten overbrengen en zeggen dat het mij innig leed doet geen afscheid van hen te kunnen nemen."

Na een paar uren begon het dag te worden.

Emin had zijn baard en zijne wenkbrauwen afgeschoren. Hij droeg een verkleurd en versteld buis en een bruine ronde muts, als een aardwerker. Zijn gelaat met de groote starende oogen en den half geopenden mond was dof en zonder uitdrukking. Het geleek eene karaf, wier inhoud verdampt is en hoogstens een weinig bezinksel heeft nagelaten; voldoende om nog juist te kunnen zien dat er wijn in is geweest en geen water.

Het uur, waarin hij Blumenbach's geld aan zijne partijgenooten ter hand zou stellen, had geslagen. Hij begaf zich niet tot hen. Integendeel. Hij besteeg een ezel zonder zaal en met een toom en teugels van touw. Hij was als de knaap die voor Sultan gespeeld had, maar die bij ongeluk een vensterruit had stuk geslagen en die nu wegliep uit vrees voor klappen. Emin was niet langer een groot man. Hij was niet opgewassen tegen de zware verantwoordelijkheid die zijn naam hem op de schouders had gelegd; hij kon

Sluiten