Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 2.

dit liil door enkelen onnoodig geacht, omdat art. 9 van liet oorspronkelijke wetsontwerp den arrondisseinents-schoolopziener bevoegd verklaarde om schoolverzuim te verschoonen. (1'. V., blz. 22.) — De regeering antwoordde : verschoonbare verzuimen moeten een gevolg zijn van ernstige omstandigheden, die voor de toepassing van déze bepaling niet aanwezig behoeven te zijn. (M. r. A.. blz. 39.)

Nadat echter bij het gewijzigde wetsontwerp in art. 16 aan het hoofd der school de bevoegdheid was toegekend om. wegens de daar genoemde redenen, in elke 28 dagen tien schooltijden vrij te geven, stelde in verband daarmede de heer Ketelaar voor, dit lid geheel te doen vervallen. Waar men een wet ging invoeren tot bevordering van geregeld schoolbezoek, wraakte hij het, dat in twee maanden twee schooltijden, naast en behalve de vrijgegevene, willekeurig zouden mogen worden verzuimd, zonder dat de onderwijzer daartegen iets zou kunnen doen. — De heer Tydeman ondersteunde het amendement o. a. op dezen grond, dat. bij aanneming ervan, de kinderen of de ouders voortaan steeds verplicht zouden zijn, aan het hoofd der school verlof te vragen om weg te blijven: indien niets anders werd bereikt dan dit, zou daarmede reeds het groote voordeel verkregen worden, dat de band tusschen ouders en hoofden van scholen werd versterkt. — De heer Van Gil se voegde er aan toe, dat het te minder aanging, het schoolverzuim als liet ware wettelijk te sanctionneeren, omdat een van de grootste nadeelen ervan gelegen is in de verstoring van den goeden gang van het onderwijs, welke de verzuimen teweegbrengen voor hen, die de school geregeld bezoeken. — De minister daarentegen verdedigde het bestreden voorschrift als een dier milde bepalingen, die in de wet zijn gebracht om duidelijk te maken, dat de overheid niet tegen de ouders zal ageeren, tenzij het schoolverzuim van dien aard is, dat voor haar tusschenkomst reden bestaat. Overigens plaatste men zich te veel op het standpunt, alsof de wet zeide: het is geoorloofd, een enkelen keer geheel zonder reden weg te blijven. Dat is een verkeerde opvatting: de wet bepaalt alléén, in welk geval de overheid tusschen beide zal komen. Wanneer het kind zonder reden wegblijft, zal de onderwijzer toch een vermaning kunnen geven. Maar hij doet liet dan als onderwijzer, als paedagoog: de vermaning heeft dan geen officieel karakter. — Het amendement werd verworpen met t!8 tegen 22 stemmen. (Hand. II., blz. 1145-47.)

„schooltijden". Dit woord behoeft geen nadere definitie. In den regel worden op de lagere school eiken werkdag, behalve Woensdag en Zaterdag, twee schooltijden gehouden, één des voor- en één des namiddags, elk van 2 of 3 uren. (M. r. T., blz. 11.)

„gedurende twee achtereenvolgende maanden niet meer dan twee schooltijden". In het eerste wetsontwerp was dit: .gedurende één maand niet meer dan één schooltijd". Dientengevolge zou verzuim voor een geheelen dag (zie hierboven) niet geoorloofd zijn geweest. Toch scheen liet wenschelijk, aan de kinderen de gelegenheid te geven om een enkele maal een ganschen dag b.v. een uitstapje te maken of een kinderfeestje bij te wonen. Daarom was men vrij algemeen van oordeel, dat het geoorloofde schoolverzuim eenigszins ruimer behoorde

Sluiten