Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 7-9.

Laatste lid.

Naar aanleiding van een opmerking van de commissie van rapporteurs, werd dit door den heer Willinge opgenomen in zijn vorenvermeld amendement, hetwelk aanvankelijk niet behelsde, hoe de afstand van 4 kilometer zou worden gemeten.

Artikel 8.

Zij, die langer dan acht en twintig dagen achtereen in eene gemeente verblijf houden, worden, onverschillig of zij daar vertoeven in eene woning, tent, vaar- of voertuig, voor de toepassing dezer wet geacht in die gemeente eene vaste woonplaats te hebben tot aan den dag, dat zij die gemeente weder verlaten, tenzij zij elders eene vaste woonplaats hebben, waar de kinderen schoolgaan.

Inhoever de kinderen van vreemdelingen onder dit artikel vallen, zal afhangen van de omstandigheden en moet aan de prudentie der uitvoering, worden ovei-gelaten. (2°. M. v. A.. t. a. p.) Zie overigens, óók over het begrip „woonplaats", het aangeteekende bij art. 7 onder 1°.

„acht en twintig dagen". Op een vraag van den lieer Van G i 1 s e, of die termijn niet kon worden ingekrompen, antwoordde de minister, dat het hem niet mogelijk was een wiskunstig bewijs te leveren, dat liet '28 dagen moet zijn. en niet 25 of 30 dagen. Men is verplicht in cijfers grenzen te trekken, maar zelfs bij nog veel gewichtiger zaken is eenige willekeur bij het trekken daarvan nooit geheel te vermijden. Terwijl verkorting van den termijn met enkele dagen voor het beoogde doel niet zou baten, zou aanmerkelijke bekorting in de practijk bezwaar geven, omdat het voor de scholen in liet algemeen zeer lastig is, voor eenige dagen kinderen op te nemen, die heel spoedig weer vertrekken. Waarschijnlijk zou plaatsing voor zoo korten tijd worden geweigerd, en dan was men toch weer niets gevorderd. (Hand. II, blz. 1165.)

I)e hierbedoelde personen zijn niet strafbaar, wanneer zij op den 28sten dag voor hun kinderen plaatsing op een school vragen, maar niet krijgen, al blijkt dat plaatsing wel verkregen ware, indieii zij zich vóór den 28sten dag hadden aangemeld. Wie 30 dagen in een gemeente verblijft, is slechts verplicht, zijn kinderen twee dagen onderwijs te doen genieten. Dit bezwaar kon niet worden ontgaan, omdat de grens toch ergens moest getrokken worden. (M. r. A.. blz. 40.|

Artikel 9.

Ouders, voogden en andere in artikel 1 genoemde verzorgers, die eene vaste woonplaats hebben, kunnen zich niet beroepen op eenige vrijstelling van de naleving der in artikel 1 opgelegde verplichting,

Sluiten